Tag Archives: neonatologie

PERSOONLIJK| ZWANGERSCHAP EN BEVALLING | EN ZE LEEFDEN NOG LANG EN GELUKKIG….

6 Feb

Liefste Kate, DEEL #3

 

Mijn ogen moeten wennen aan het licht. Twee witte jassen. Serieuze blikken. Ik knipper met mijn ogen, huil en roep. Is ze dood? Hoe ik me voel is niet te omschrijven. Een wrak, lichamelijk en emotioneel. Dat komt nog het meest in de buurt.

“Nee mevrouw….”De arts praat langzaam. “We denken dat uw kind mogelijk een syndroom heeft. Sijbrand trekt wit weg, en ik vraag: ‘Welk syndroom?’.  “Down syndroom, kent u dat”, zegt de arts. Ik kan haar wel door elkaar rammelen, die arts. Ze doet echt of we uit een ei komen.  Kent u dat? Meende ze dat serieus? Dat we er niet op ons best bij zitten mag wel duidelijk zijn. Maar hallo!?….. Net bevallen.  Twee nachten lang geen seconde geslapen. Bont, blauw en gehecht. Ons meisje moeten overleveren aan artsen. What ’s next?

“Er is een verdenking op downsyndroom, herhaalt ze”  Een paar uur oud ben je, en nu al verdenken ze je ergens van. Het woord ‘verdenken’, roept associaties op met verdenking van diefstal of criminele activiteiten. Gut. Een paar uur oud en nu al ben je verdacht.

De stukken daarna mis ik. Vlagen ervan komen af en toe nog voorbij. Sijbrand kan geen woord uitbrengen. Hij is verslagen. Zo heb ik hem in al die jaren nog nooit gezien.

Ik hoor mezelf vragen op basis waarvan er een ‘verdenking’ is. Op basis van slapheid, vertelt de arts me. We moeten drie dagen wachten op de uitslag. Verder herinner ik me niets. Sijbrand wordt boos, en verdrietig, hij breekt, ik breek. Ik wil hem troosten maar kan niet uit bed. Hij komt naast me op bed zitten en we houden elkaar vast. We huilen. Dit kan niet waar zijn.

Dag roze wolk. Hallo boze droom. De rest van de nacht en de dag erna kan ik alleen maar huilen. Mijn ogen zijn zo dik, dat ik ze amper open kan houden. Ze zijn rood en doen zeer. Mijn tranen raken niet op. Na de bevalling heb ik niet geslapen, en was er dubbel slecht nieuws. 48 uur lang  emotionele en lichamelijke topsport…

De dagen daarna begint alles te landen. Onze grootste zorg is jouw herstel.  Jij vecht voor je leven. Soms is er een terugslag. Na 2 dagen ga je stapjes vooruit maken. De antibiotica lijkt aan te slaan, wat wijst in de richting van een infectie. Je ligt aan de CPAP, maar doet het steeds beter.

Je knapt op. Als een donkere wolk komt af en toe het ‘mogelijke down-syndroom’ bij ons boven drijven. Ik wil het niet, maar kijk of ik iets aan je zie wat past bij downsyndroom. En daar wordt ik dan vervolgens weer verdrietig van. Ik wil je niet beoordelen. Wat de uitslag ook mag zijn. Wij redden het.

In de gedachte dat kindjes hun ouders uitzoeken, vinden we rust. We houden van je, je hoort bij ons, en de liefde stroomt elke keer dat we je zien. Down of niet. We vinden onze weg. Jij hoort bij ons. Dat de weg er anders uit gaat zien met de diagnose ‘down’, en dat er medische aspecten bij komen kijken, maakt dat we natuurlijk hopen op goed nieuws.

Een week lang leven we in onzekerheid. We slapen amper. We vieren jouw geboorte. We zijn bezorgd over je gezondheid. We lachen om je schattige haartjes, en lieve neusje. We geven je kusjes. We kijken naar je oogjes. Zien wij iets aan je? Is je pink krom? Staat je teen af? Is je nekplooi dik? Alles wat we zien is een prachtig meisje. Klein en sterk. Niet meer. Niet minder. Ons gevoel diep van binnen schreeuwt dat het niet waar is, maar de onzekerheid is killing.

2015-10-29 16.01.31

Ikzelf negeer dat ik moet herstellen.  Ik zit bij jou, ik kolf, of ik probeer te slapen. Het irriteert me dat ik nog niet mobiel genoeg ben om naar je toe te lopen. De rolstoel moet me brengen. Ik negeer het. Gewoon doorgaan. Ik moet er voor je zijn. Je moet mijn stem horen. Ik wil alles meemaken. Toch krijg ik wat klachten. Ik ben zo ontzettend duizelig dat het bijna eng is om rechtop te zitten.  Weer die flitsen in mijn hoofd. Mijn rug doet zeer, en mijn buik ook.  Als de gynaecoloog langs komt breek ik. Stoppen met huilen lukt niet meer. Ik krijg diclofenac tegen de pijn in mijn rug en buik. Voor de nacht krijg ik temazepam. Dat is mijn overlevingscocktail.

Je zussen worden voorbeid op alle slangetjes en beademing. Wat een intens moment beleven we als ze jou voor het eerst zien. Zo anders dan gepland. Maar zo puur. Wat zijn ze trots. Ze stralen als ze jou zien. Jij hoort bij ons, en wij bij jou. ‘Mama, ik ben zo blij met Kate,.. dat ik van binnen moet lachen’ zegt Nova. Jouw zussen zoeken een knuffel voor je uit in de ziekenhuis- winkel. Deze komt in jouw wiegje.

Het verbaast ons hoe nuchter kinderen zijn. “Vind je de slangetjes eng?” Vragen we aan Nova. “Ik vind het helemaal niet eng, Ik vind Kate alleen maar super mooi” antwoord Nova.

Als we met zijn vijven zijn, vergeten we  alle zorgen even. We bekijken jou door de ogen van jouw zussen, en laten ons mee voeren in hun wereld. We lachen om jouw snorkel, zoals ze de beademing noemen. We tellen vingertjes en teentjes, en genieten in het kwadraat.

2015-10-31 14.19.49

Wat zijn we trots. Je CPAP gaat af, deze maakt plaats voor een flowsnor. We buidelen voorzichtig voor het eerst, en wat ruik je lekker, lieve Kate…Ik wil je nooit meer loslaten.

Jouw huid op mijn huid. Wat is geluk toch simpel. Wat is geluk toch klein. Eerst waren simpele aanrakingen voor jou al te veel, en nu lig je op mijn borst. Wat heb ik dat gemist. Mijn lichaam schreeuwde om jou bij mij.  9 maanden heb ik je bij me gedragen, je werd geboren en toen was daar die opname en onzekerheid.  Slangen, toeters , bellen, medicatie, een sonde, maar nu was daar hét moment. Ons moment.

2015-10-30 15.39.27

Je bent breekbaar, het leven is breekbaar. Wij gaan het redden, ik voel het. De tranen stromen , en wilde dat ik het moment kon bevriezen. Blijf bij ons lieve Kate. We laten je nooit meer gaan.

Op een middag komt de verpleegkundige binnenlopen. Ze hebben mij positief getest op GBS. Dat is een streptokok B. Veel vrouwen dragen dat bij zich. Niet alle pasgeborenen worden er ziek van, maar als ze er ziek van worden is het heel ernstig en kan het zelfs een dodelijke afloop hebben.

Het klinkt gek, maar wij waren blij met de uitslag. Er was eindelijk een reden voor jouw ziek zijn gevonden. Alhoewel de uitslag bij jou niet uit de bloedkweek kwam, was voor ons 1 + 1 = 2.

Korte snelle ademhaling en benauwdheid hoort er bij het ziektebeeld. Geen wonder dat na uren kortademigheid, je slap werd.

De uitslag van de test op down liet uiteindelijk een week op zich wachten. Er gaat iets mis met de test, en ons geduld wordt enorm op de proef gesteld. Als de uitslag er is, en deze goed is, zijn we in alle staten. Als een kind zo blij. We huilen, en gillen het uit van blijdschap. Ons gevoel klopte.

Als ik terug kijk op die heftige start van jouw leven, met ons, dan blijkt maar weer hoe sterk wij zijn.

Ons gezin heeft de afgelopen jaren ondertussen voor hete vuren gestaan. Steeds weer blijken jouw papa en ik een ijzersterk team. We zijn in staat er voor elkaar te zijn, te overleven, en als een geoliede machine zijn we in staat ons overal doorheen te slaan. Bij de pakken neer zitten heeft geen zin. Het gaat er niet om wat je allemaal wel niet overkomt. Het gaat erom hoe je ermee omgaat. Daarin heb je een keuze.

Als ik terugkijk voel ik liefde. Ik voel rijkdom, ik voel kracht, en blijdschap.

Blij zijn wij. Blij dat jij bij ons mag zijn. Blij dat jij, jij bent, en blij dat wij samen wij zijn.

When love meets, magic happens…

 

2015-10-31 15.51.11


 

Advertenties

Bijzonder meisje, bijzondere datum, ‘Jula’ 29-2-2012

7 Mrt

Uit liefde niets dan liefs

Vandaag precies één week geleden werd ons andere bijzondere meisje ‘Jula’ geboren. Na een ‘bijzondere’ zwangerschap, op een ‘bijzondere’ datum.  29-02-2012

Met een verjaardag eens in de vier jaar blijft ze lekker jong joh!, ja die grap kennen we nu wel!

Zelfs RTV Utrecht krijgt er lucht van en die willen ons voor de bijzondere gelegenheid direct na de bevalling interviewen. De omstandigheden laten het echter niet toe want we zijn te druk bezig, met… genieten natuurlijk !!

Al onze wensen zijn vervuld: Om te beginnen met de bevalling, misschien heb ik het over mezelf af geroepen met al die verzoeken om ‘weenstormen’. Nou ik kan je vertellen, ik heb ze gekregen en hoe!

Begonnen we dinsdag nog über relaxed met een groot bad tot onze beschikking, lekkere jazz klanken uit de speakers en een traag vorderende baarmoedermond toestand. Woensdag ochtend konden de vliezen gebroken worden. Toen ging het rap. De weeën die ik al had werden snel krachtiger, toch stelde de verloskundige voor bijstimulatie te starten. Ik zat op ruim drie centimeter.

Ik krijg het gevoel dat ik ook gelijk een ruggenprik wil, ook al vind ik het zelf nog vroeg, iets in me zegt dat ik die prik direct met het infuus van de weeopwekkers wil. De anesthesist arriveert en het zetten van de prik is iets gevoelig. Ik voel wat stroomschokjes in mijn rug en wacht op verlichting. Mijn rechterkant voel ik het zelfde moment tintelen en warm worden en daar neemt de pijn ook af. Echter mijn linker kant werkt niet mee, ik voel iets getintel maar de pijn blijft. Als ook de bijstimulatie gestart wordt heb ik alleen links heftige weeën, heel lokaal maar zeer pijnlijk. De anesthesist wordt er weer bijgeroepen en hij geeft me een ‘bolusje’ oftewel een extra ‘shotje’. Als ik ga zitten zodat de jongeman kan controleren of de ruggenprik goed zit verga ik van de pijn. Ik huil en roep: ‘Hoe kan dat nou?’ ‘waarom werkt die prik niet?’ en; ‘Dit hou ik toch geen uren meer vol’.  Sijbrand pakt me vast en zegt dat ik het wel kan. ‘Jij kan alles’. Door mijn hevige pijn wordt de verloskundige erbij geroepen. Ze zegt dat ze het niet snapt en ze wil wel toucheren maar dat heeft ze een half uur daarvoor nog gedaan en toen zat ik op die ‘ruim drie centimeter’. Dan vind Sijbrand het genoeg en vraagt of ze toch nog even de vorderingen daar beneden wil checken.

Als ze dat doet valt ze bijna van haar stoel. Ik weet jouw pijn wel te verklaren, zegt ze. Je zit op 10 centimeter je gaat bevallen. Van 3 naar 10 in drie kwartier zegt ze met verbazing alsof ik zojuist alle records verbroken heb. Dan breken de dijken door, ik huil van ontlading en van opluchting, die hadden we niet zien aankomen, zo snel al. Sijbrand en ik hebben beide tranen in onze ogen, het einde is in zicht. Nu kan ik alles weer aan.

De ruggenprik wordt uit gezet en de weeopwekkers een frequentie hoger, ik mag persen. En dat doe ik of mijn leven er van afhangt. Dan even later, als een oerknal, is daar ‘Jula’. Er zijn nog net geen keepers handschoenen nodig om haar op te vangen.

En dan is daar: ‘Hét moment’:

Haar warme, glibberige,roze, perfecte lijfje op mijn buik. Dat moment is het mooiste ‘Jula moment’ tot nu toe en misschien wel ooit..

Wat een ontlading. ‘Ooooh wat ben je mooi’, ‘kom maar bij mama’ spreek ik haar toe. Tranen van geluk en watervallen aan emoties. Voorzichtig  vraag ik de verloskundige nog even hoe het met de ‘schade van onderen’ gesteld is. Ze zoekt even naar de juiste woorden. Dat ik er niet zonder kleerscheuren vanaf ben gekomen is wel duidelijk, maar, hoe erg is het??  ‘De gynaecoloog komt zo even kijken’ zegt ze. Ik hoor ze over ‘ vezels’, ‘spieren’ en ‘huidlagen’ praten en het is me wel duidelijk. Er is flink wat hechtdraad nodig.

Toch gaat het op dat moment allemaal langs me heen. Ons godswonder ligt op mijn buik, ons meisje, glibberig, roze, en warm en de tranen blijven stromen.  Eind goed al goed…

Ze begint gelijk te zoeken en te happen en mijn gevoel zegt: ‘ik wil dat ze aangelegd wordt’. Omdat ik er niet in de makkelijkste positie bij lig, met mijn benen in de beugels, en de gynaecoloog daar een precisie werkje aan het uitvoeren is waar je u tegen zegt…, vraag ik de  verpleegkundige om hulp. En ja hoor nog geen twee minuten later lig ik met mijn dochter aan de borst. Wat is de natuur toch mooi!

Als een visje hapt ze toe met de nodige zuigkracht om voorlopig niet meer los te laten.  Andersom wil ik haar ook nooit meer loslaten, nooit meer en voor altijd klein en bij mama.

Dat zit wel goed, mama en Jula. Een band die nu al niet meer is weg te denken, een verbintenis voor het leven, liefde stroomt als nooit te voren, geen woorden voor, onbeschrijfelijk wat mooi.

Omdat ze het zo goed doet ligt ze de komende twee uur tijdens het hechten op mijn buik en gaat de wereld langs ons heen. Papa, mama en Jula en we kunnen niet wachten om onze lieve Nova erbij te hebben.

Als er iemand komt om mij te douchen en Jula haar controles en Apgar tests te doen zeg ik dat ik wil dat Sijbrand haar vast houdt. Hij ‘shined’ er op los met zijn meisje in zijn armen..

Dan moet ik toch echt douchen. Hel op aarde, ik wil er zo snel mogelijk onder vandaan. Als ik voorzichtig een blik naar beneden werp ga ik bijna onder uit. Komt dat ooit nog goed? Ik wordt duizelig door de hete douche, wordt eronder vandaan gehaald. Beetje deo, beetje tandpasta, borsteltje, cremetje, gevolgd door mijn nieuwe pyama die al weken klaar ligt, en een kind kan de was doen…

Vergeet ik bijna de Marlies dekkers’ onderbroek die je in het ziekenhuis krijgt, man wat een tent is dat.. Met wat tentstokken kan je daar met de hele familie in kamperen. ‘Bangmakers’ noemt Sijbrand ze, met recht.

Alhoewel een kind op de wereld zetten het mooiste en meest natuurlijke en vrouwelijke is wat je als vrouw kan doen, zijn er toch ook flink wat ongemakken waardoor je, je alles behalve vrouw voelt.

Zo wordt je regelmatig geïnspecteerd door elke keer iemand anders, kan je niet zitten, ben je bont en blauw, en moet je, je met pijn en moeite inclusief luiers waar ‘Tena lady’ niets bij is in een rolstoel hijsen om je dochter op te zoeken.

Ja, op zoeken want de dag na de bevalling wordt ons droppie opgenomen op de neonatologie i.v.m. incidenten met de ademhaling. Ze smakt, kokhalst, is misselijk, spuugt is duidelijk niet lekker en lijkt het benauwd te hebben.

Dit alles speelt zich af als Sijbrand naar de gemeente is om zijn tweede meisje aan te geven, zul je net zien . Ik drukt op de bel om de zuster te alarmeren, geen respons, he, verdorie waar zijn ze als je ze echt nodig hebt?

Ik roep nog  ‘Help!’ en dan sta ik binnen no-time naast mijn bed. Als een kieviet spring ik, invalide of niet, op, en roep er iemand bij. Als ook zij verkleuring om het mondje en een slap poppetje constateert, wordt de kinderarts erbij gehaald. Dan gaat het snel en de neonatologie volgt. Ook daar vertoont ze een ‘dipje’  en houden ze haar goed in de gaten. Daar ligt ze dan, je trots, aan slangetjes en monitoren. Heb jij haar eindelijk in je armen kunnen sluiten, wil je haar niet meer loslaten, moet je haar toch loslaten.

Gelukkig heeft Nova haar de eerste uren na de bevalling nog kunnen ontmoeten en dat moment pikt niemand ons meer af, want wat is ze trots en groot ook opeens, en wat voelt dat écht!…., volwassen, een compleet gezin. Tegen niemand zeggen dat we ook nog een hond en station wagen hebben, dat blijft ons geheim ;-).

Ik ben vastbesloten Jula zelf elke drie uur te voeden maar wordt al snel terug gefloten. Door mijn lijf en door de verpleegkundigen. De rit in de rolstoel naar Jula toe is al een hele bevalling op zich. Door de pijn heen zitten roepen ze dan, en ik vraag me af of ze dit zelf ooit gevoeld hebben.

Voor de nacht krijg ik een cocktail van paracetamol, diclofenac en natuurlijk … Temazepam, mijn oude vertrouwde ‘vriend’ in barre tijden. Helaas heb ik het nodig want ik kan me niet eens omdraaien in bed. Dus sla ik aan het kolven om snachts een ieder geval een paar uur achter elkaar te kunnen slapen. Ik was even vergeten hoe dat was, ‘kolven’. Over vrouw onvriendelijk gesproken. Ik voel me net een koe aan zo’n melkapparaat. Die beelden vergeet Sijbrand nooit meer, hoe ga ik die uit zijn geheugen krijgen? Werk aan de winkel dus!

Tijd heelt letterlijk en figuurlijk alle wonden en gelukkig gaat het elke dag beter. De tijd zal ook leed, verdriet, onzekerheid en spanningen doen vergeten, dat weet ik. De mooie momenten blijven over.

Een tikkeltje onzeker vertrekken we zaterdag naar huis, wat voelt dat weer gek op de snelweg naar huis met zo’n frummel in de maxicosi. Doe je wel voorzichtig? En ‘Kijk uit!’ roep ik steeds.

We wensten de zwangerschap te voldragen, we wensten een vacuüm loze bevalling, een spoedige ontsluiting en we wensten ons meisje in onze armen. Al onze wensen zijn verhoord en wat zijn wij gelukkig.

Nu zit ik in mijn kraamweek; genieten, verwend worden, maar ook hectiek. Verloskundigen, wijkverpleegkundigen, het eerste bezoek, Nova die zich transformeert in stuiterbal en haar zusje aan ‘tikt’ (lees; een por geeft) en roept ‘tikkie!,  jij bent hem’.

Vandaag om 14.00 uur precies een week geleden mocht ik nieuw leven schenken, mijn gezin compleet maken, een boek dicht doen, en een nieuw ‘ongeschreven’ boek openen. Een boek wat inmiddels een week later al niet meer ongeschreven is, maar rijk is aan mooie momenten, met zijn vieren!. Uit liefde niets dan liefs.