Archief | ZWANGERSCHAP EN BEVALLING: RSS feed for this section

PERSOONLIJK| ZWANGERSCHAP EN BEVALLING | EN ZE LEEFDEN NOG LANG EN GELUKKIG….

6 Feb

Liefste Kate, DEEL #3

 

Mijn ogen moeten wennen aan het licht. Twee witte jassen. Serieuze blikken. Ik knipper met mijn ogen, huil en roep. Is ze dood? Hoe ik me voel is niet te omschrijven. Een wrak, lichamelijk en emotioneel. Dat komt nog het meest in de buurt.

“Nee mevrouw….”De arts praat langzaam. “We denken dat uw kind mogelijk een syndroom heeft. Sijbrand trekt wit weg, en ik vraag: ‘Welk syndroom?’.  “Down syndroom, kent u dat”, zegt de arts. Ik kan haar wel door elkaar rammelen, die arts. Ze doet echt of we uit een ei komen.  Kent u dat? Meende ze dat serieus? Dat we er niet op ons best bij zitten mag wel duidelijk zijn. Maar hallo!?….. Net bevallen.  Twee nachten lang geen seconde geslapen. Bont, blauw en gehecht. Ons meisje moeten overleveren aan artsen. What ’s next?

“Er is een verdenking op downsyndroom, herhaalt ze”  Een paar uur oud ben je, en nu al verdenken ze je ergens van. Het woord ‘verdenken’, roept associaties op met verdenking van diefstal of criminele activiteiten. Gut. Een paar uur oud en nu al ben je verdacht.

De stukken daarna mis ik. Vlagen ervan komen af en toe nog voorbij. Sijbrand kan geen woord uitbrengen. Hij is verslagen. Zo heb ik hem in al die jaren nog nooit gezien.

Ik hoor mezelf vragen op basis waarvan er een ‘verdenking’ is. Op basis van slapheid, vertelt de arts me. We moeten drie dagen wachten op de uitslag. Verder herinner ik me niets. Sijbrand wordt boos, en verdrietig, hij breekt, ik breek. Ik wil hem troosten maar kan niet uit bed. Hij komt naast me op bed zitten en we houden elkaar vast. We huilen. Dit kan niet waar zijn.

Dag roze wolk. Hallo boze droom. De rest van de nacht en de dag erna kan ik alleen maar huilen. Mijn ogen zijn zo dik, dat ik ze amper open kan houden. Ze zijn rood en doen zeer. Mijn tranen raken niet op. Na de bevalling heb ik niet geslapen, en was er dubbel slecht nieuws. 48 uur lang  emotionele en lichamelijke topsport…

De dagen daarna begint alles te landen. Onze grootste zorg is jouw herstel.  Jij vecht voor je leven. Soms is er een terugslag. Na 2 dagen ga je stapjes vooruit maken. De antibiotica lijkt aan te slaan, wat wijst in de richting van een infectie. Je ligt aan de CPAP, maar doet het steeds beter.

Je knapt op. Als een donkere wolk komt af en toe het ‘mogelijke down-syndroom’ bij ons boven drijven. Ik wil het niet, maar kijk of ik iets aan je zie wat past bij downsyndroom. En daar wordt ik dan vervolgens weer verdrietig van. Ik wil je niet beoordelen. Wat de uitslag ook mag zijn. Wij redden het.

In de gedachte dat kindjes hun ouders uitzoeken, vinden we rust. We houden van je, je hoort bij ons, en de liefde stroomt elke keer dat we je zien. Down of niet. We vinden onze weg. Jij hoort bij ons. Dat de weg er anders uit gaat zien met de diagnose ‘down’, en dat er medische aspecten bij komen kijken, maakt dat we natuurlijk hopen op goed nieuws.

Een week lang leven we in onzekerheid. We slapen amper. We vieren jouw geboorte. We zijn bezorgd over je gezondheid. We lachen om je schattige haartjes, en lieve neusje. We geven je kusjes. We kijken naar je oogjes. Zien wij iets aan je? Is je pink krom? Staat je teen af? Is je nekplooi dik? Alles wat we zien is een prachtig meisje. Klein en sterk. Niet meer. Niet minder. Ons gevoel diep van binnen schreeuwt dat het niet waar is, maar de onzekerheid is killing.

2015-10-29 16.01.31

Ikzelf negeer dat ik moet herstellen.  Ik zit bij jou, ik kolf, of ik probeer te slapen. Het irriteert me dat ik nog niet mobiel genoeg ben om naar je toe te lopen. De rolstoel moet me brengen. Ik negeer het. Gewoon doorgaan. Ik moet er voor je zijn. Je moet mijn stem horen. Ik wil alles meemaken. Toch krijg ik wat klachten. Ik ben zo ontzettend duizelig dat het bijna eng is om rechtop te zitten.  Weer die flitsen in mijn hoofd. Mijn rug doet zeer, en mijn buik ook.  Als de gynaecoloog langs komt breek ik. Stoppen met huilen lukt niet meer. Ik krijg diclofenac tegen de pijn in mijn rug en buik. Voor de nacht krijg ik temazepam. Dat is mijn overlevingscocktail.

Je zussen worden voorbeid op alle slangetjes en beademing. Wat een intens moment beleven we als ze jou voor het eerst zien. Zo anders dan gepland. Maar zo puur. Wat zijn ze trots. Ze stralen als ze jou zien. Jij hoort bij ons, en wij bij jou. ‘Mama, ik ben zo blij met Kate,.. dat ik van binnen moet lachen’ zegt Nova. Jouw zussen zoeken een knuffel voor je uit in de ziekenhuis- winkel. Deze komt in jouw wiegje.

Het verbaast ons hoe nuchter kinderen zijn. “Vind je de slangetjes eng?” Vragen we aan Nova. “Ik vind het helemaal niet eng, Ik vind Kate alleen maar super mooi” antwoord Nova.

Als we met zijn vijven zijn, vergeten we  alle zorgen even. We bekijken jou door de ogen van jouw zussen, en laten ons mee voeren in hun wereld. We lachen om jouw snorkel, zoals ze de beademing noemen. We tellen vingertjes en teentjes, en genieten in het kwadraat.

2015-10-31 14.19.49

Wat zijn we trots. Je CPAP gaat af, deze maakt plaats voor een flowsnor. We buidelen voorzichtig voor het eerst, en wat ruik je lekker, lieve Kate…Ik wil je nooit meer loslaten.

Jouw huid op mijn huid. Wat is geluk toch simpel. Wat is geluk toch klein. Eerst waren simpele aanrakingen voor jou al te veel, en nu lig je op mijn borst. Wat heb ik dat gemist. Mijn lichaam schreeuwde om jou bij mij.  9 maanden heb ik je bij me gedragen, je werd geboren en toen was daar die opname en onzekerheid.  Slangen, toeters , bellen, medicatie, een sonde, maar nu was daar hét moment. Ons moment.

2015-10-30 15.39.27

Je bent breekbaar, het leven is breekbaar. Wij gaan het redden, ik voel het. De tranen stromen , en wilde dat ik het moment kon bevriezen. Blijf bij ons lieve Kate. We laten je nooit meer gaan.

Op een middag komt de verpleegkundige binnenlopen. Ze hebben mij positief getest op GBS. Dat is een streptokok B. Veel vrouwen dragen dat bij zich. Niet alle pasgeborenen worden er ziek van, maar als ze er ziek van worden is het heel ernstig en kan het zelfs een dodelijke afloop hebben.

Het klinkt gek, maar wij waren blij met de uitslag. Er was eindelijk een reden voor jouw ziek zijn gevonden. Alhoewel de uitslag bij jou niet uit de bloedkweek kwam, was voor ons 1 + 1 = 2.

Korte snelle ademhaling en benauwdheid hoort er bij het ziektebeeld. Geen wonder dat na uren kortademigheid, je slap werd.

De uitslag van de test op down liet uiteindelijk een week op zich wachten. Er gaat iets mis met de test, en ons geduld wordt enorm op de proef gesteld. Als de uitslag er is, en deze goed is, zijn we in alle staten. Als een kind zo blij. We huilen, en gillen het uit van blijdschap. Ons gevoel klopte.

Als ik terug kijk op die heftige start van jouw leven, met ons, dan blijkt maar weer hoe sterk wij zijn.

Ons gezin heeft de afgelopen jaren ondertussen voor hete vuren gestaan. Steeds weer blijken jouw papa en ik een ijzersterk team. We zijn in staat er voor elkaar te zijn, te overleven, en als een geoliede machine zijn we in staat ons overal doorheen te slaan. Bij de pakken neer zitten heeft geen zin. Het gaat er niet om wat je allemaal wel niet overkomt. Het gaat erom hoe je ermee omgaat. Daarin heb je een keuze.

Als ik terugkijk voel ik liefde. Ik voel rijkdom, ik voel kracht, en blijdschap.

Blij zijn wij. Blij dat jij bij ons mag zijn. Blij dat jij, jij bent, en blij dat wij samen wij zijn.

When love meets, magic happens…

 

2015-10-31 15.51.11


 

Advertenties

PERSOONLIJK | ZWANGERSCHAP EN BEVALLING | ALS ALLES ANDERS LOOPT…

24 Nov

 

Liefste Kate,

DEEL #2

Zo, dat ‘klusje’ dat bevalling heet hebben we maar mooi geklaard samen. Nog amper te bevatten, maar je bent er. Mooier dan mooi, en liever dan lief.

Aangekomen op de kraamafdeling blijf je maar kreunen, en je ademt nog steeds zo snel.  Al bijna direct na de bevalling heb ik een beklemmend gevoel. Er klopt iets niet. Iemand heeft mij ooit verteld dat kreunen bij baby’s foute boel is. Helaas blijkt mijn gevoel later de harde waarheid te worden.

Ineens weet ik het zeker. Er is iets mis. Het is foute boel. Ik raak in paniek, en druk weer op de bel. Dit maal laten we ons niet meer afschepen. Ik neem me voor net zo vaak op de bel te drukken tot ze je onderzoeken. Alles voor je kind.

Gelukkig, neemt deze verpleegkundige ons direct serieus. Ze temperatuurt. Kleed je uit. Bekijkt je aandachtig, en telt je ademhalingen. Deze blijken inmiddels op 120 per minuut zitten (normaal 60). Ik schrik als ik naar je kijk, en een verlammend gevoel stijgt op. Je armpjes bungelen langs je lijfje. Ik zie het. Papa ziet het, en de verpleegkundige is nu ook zichtbaar ongerust. Ze belt de kinderarts die er met 5 minuten is.

Vanaf dat moment lijkt het of we de hoofdrol spelen in de slechtste film ooit. Overkomt ons dit? Omdat ik mijn bed niet uit kan, gaat papa met je mee naar de afdeling neonatologie. Ik stel mezelf gerust met het idee dat je gewoon even moet bijkomen van de bevalling. Jula had dat immers ook, en was na een nachtje weer helemaal opgeknapt.

Niets blijkt minder waar. Na een kwartier staat Sijbrand naast me. Ik zal zijn witte koppie en verschrikte blik niet snel vergeten. “We moeten je nu snel meenemen,  Tess, het gaat echt heel slecht met Kate. Ze ligt aan de beademing, er staan allemaal mensen om haar bed. Ze krijgt een sonde, en infuusjes. ..”

Hoe kan dat nou? In mijn bed rijden ze me naar de afdeling waar jij ligt; de neonatologie, high care afdeling.  De rit ernaartoe kan ik me niet meer herinneren, alleen dat het verrekte koud is op de gang. Een lange gang, waar het tocht. Langs de kant staan lege wiegjes. De rest van mijn herinnering is vaag.

Ik weet alleen nog het moment dat we bij je bedje aankomen. Je vecht zichtbaar voor je leven. Elke ademhaling zien we je borstkas heel diep intrekken . De dokters zijn heel hard aan het werk om je stabiel te krijgen. Ze knijpen in een neopuff, prikken bloed, en overleggen zachtjes. Toch weerklinkt de paniek.

Mijn tranen zijn niet meer te stoppen. Mijn hoofd bonkt, en er schieten een soort flitsen door mijn hoofd. Alsof mijn lichaam probeert in slaap te vallen, na 48 uur topsport, en deze verschrikkelijke omstandigheden. Ik word duizelig maar probeer met man en macht helder te blijven.

Je moet aan de CPAP, er gaat bloed op kweek, je krijgt antibiotica. Geen voeding daarvoor ben je te zwak. Je gaat aan de CPAP. Een kapje over je neus, met een slang er aan. Het ding maakt herrie. Jij hebt deze ondersteuning bij het ademhalen hard nodig. Jouw zussen noemen het ding later snorkel. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Dan probeerden de blauwe schorten een sonde door je neus in te brengen. Het gaat mis. Je krijgt een ‘dip’ zoals ze dat noemen. 3 minuten lang trek je weg.  Ik roep, of noem het ‘gil’: “Haal dat ding er uit”.

Ik wil je beschermen. De pijn bij je wegnemen. Ik wil je bij mij. Je vasthouden, knuffelen. Aanleggen om je te voeden. Genieten zoals het hoort. Waarom maakt niemand ons wakker uit deze godvergeten nachtmerrie?

Dan komt er iemand van de kraamafdeling om ons op te halen. Ik moet slapen, en Sijbrand ook. Slapen? Waren ze gek geworden. Ons kind is doodziek…

Papa en ik houden elkaar vast. We horen de artsen zeggen dat je het echt heel zwaar hebt. Je moet er niets bij krijgen, dat kan je kleine volmaakte lijfje niet aan.  Aanrakingen zijn al te veel voor je. Morgen of misschien vannacht nog, volgt er overleg met het WKZ. Dit ivm eventuele overplaatsing naar de NICU. Dat is de Intensive Care Unit, en daar kunnen ze kunstmatig beademen.

Ik probeer alle informatie op te slaan, herhaal het in mijn hoofd. Flarden blijven hangen.

Dan word mijn bed bij je weggereden. Ik wil ze stoppen, en gillen, maar stilte is wat er volgt. Mist verschijnt. Ik word koud, boos, en voel me leeg. Denken lukte niet meer. Wat voor moeder ben ik? Slapen terwijl mijn kind kantje boord ligt?. Als ik had kunnen slaan had ik geslagen. Een beetje in het wilde weg gillen, en boos zijn. Mijn ongeloof kwijt raken. Er is alleen maar stilte.

Papa en ik kunnen het niet bevatten. We praten zachtjes en beduusd over hoe dit nou allemaal kan gebeuren. Waar ging het mis? Wat hebben we verkeerd gedaan? We doen het licht uit en proberen toch even te rusten.

En daar liggen we dan. Op onze kraam-kamer. Er staat een leeg wiegje. Er liggen luiertjes, en een aankleedkussen. Papa is er. Mama is er. Alles is er. Alleen jij niet. Tranen blijven rollen en plakken aan mijn wangen. Mijn kussen is nat. Mijn ogen doen zeer.

De roze muisjes plakken nog aan mijn benen. Wat een contrast. Van beschuit met muisjes en vreugde, naar onzekerheid en verdriet.

We willen je nooit meer loslaten, lieve Kate. Jij en ik, en papa en je zussen. Altijd samen. Nu ben jij daar, en wij hier. Bij je zijn, dat is wat we willen. Conecten. Bonden. We kennen je nog maar net, en moeten je nu al loslaten. Overleveren aan anderen.

Ik kijk op de klok. Het is inmiddels 5 uur in de ochtend. Ik probeer gedachten te bannen, mijn hoofd te legen. Ze hebben ons beloofd naar onze kamer te komen, als het niet goed met je gaat. Daar hou ik me aan vast. Ik heb het ze laten beloven. Als het mis is komen ze ons halen..

Dan word er op de deur geklopt. Paniek overvalt me. Voetstappen in onze kamer. Onze ogen moeten wennen aan het licht. Twee serieuze blikken. Witte jassen.  Dit kan maar één ding betekenen. Foute boel…….

—einde deel #2—–

ZWANGERSCHAP EN BEVALLING | THANK GOD IT’S FRIDAY! | 25 WEKEN ZWANGER

31 Jul

Begin van het weekend. Tijd voor ontspanning, familytime & friends. Tijd om niets te doen, of alles te doen. Tijd voor zinnenprikkelende Sauvignon Blanc. Een bruissende koude wieckse op het terras. Biefstuk. Of sushi. Of allemaal.

Niet voor deze moederkoek. Of is het moederkloek? Ik heb een sereuze broedfunctie te vervullen. Anyway. Die wijn, bier en sushi laat ik graag voor wat het is. Die mis ik niet. Ook de filet, die ik normaliter heel graag eet, kan me gestolen worden. Easy peasy. Meestal. Op een enkel (uit eten met – voor de rest van het gezelschap- een wijnarrangement) moment na.

Ok ik dwaal af. Vrijdagen. Hij is fijn. Extra fijn voor mij. Op vrijdag ver- week ik. Althans ons lieve kleine baby mensje in mij (a.k.a. Mandarijntje, aldus Jula) wordt een buik-weekje ouder.  Verder mag er natuurlijk vooral nog helemaal niets verweken, in het bijzonder daar ‘down under’ niet. Neeee, laat die baarmoedermond voorlopig maar potdicht.

Crap the shit. Hoe gaat het Tessa?

Fijn dank u. Nee. Euuh, ja. Het is spannend. Heeul spannend. Psychisch, maar helaas ook fysiek word ik op de proef gesteld. Harde buiken. Ik weet weer helemaal hoe ze voelen. Rot dingen zijn het. Een flinke niesbui en daar zijn ze weer. Ik belande uiteindelijk met een potje pies bij de huisarts, die me door stuurde naar het ziekenhuis. De verloskamers.

Ik weigerde offcourse op dat beruchte bed te gaan liggen. Want er valt niets te verlossen. Ik ga niet bevallen. Nog lang niet althans. Urinesedimentje en twee echo’s volgden. Bij de laatste werd de cervix lengte bepaald. Dat is de lengte van je baarmoedermond. Hoe korter, hoe dichter je bij een bevalling zit. Ik begon met 20 weken op 4,7, wat een top score is, en met 23 weken scoorde ik 4,3 cm, wat eveneens mooi is. De meting nu gaf 3,4 en  3,8 aan. Prima score.  Toch ben ik alert. Mijn voelsprieten draaien overuren.

Vorige zwangerschap was kantjeboord, ik zou met 25+5 ieder moment bevallen. Mijn cervixlengte was van 4,5cm met 24 weken, gekrompen, (of zeg je ‘geslonken’)  naar 2,4cm  met 25+5 weken. Alle reden om me icm. de harde buiken direct op te nemen in het WKZ…… Dat was toen, Tess, niet nu, en alle zwangerschappen zijn anders. I know peeps. I Know.

Alhoewel ze me dan ook redelijk hebben kunnen geruststellen, (“Mevrouw neemt u wat rust, de harde buiken kunnen komen door de onrustige blaas, komt u maar direct als ze om de 5 minuten komen, en pijnlijk zijn, we moeten afwachten”), moet ik eerlijk zijn. Ik vind het freaking spannend. Urine staat op kweek, en volgende week weten we meer.

Toch overheerst behalve de spanning toch ook echt, het genieten, en vertrouwen hebben in. Positief blijven aan de ene kant, maar reëel aan de andere kant. Deze weken zijn nou eenmaal van immens groot belang voor ‘ Ms. Mandarijntje’. De kansen van een prematuur op deze termijn zijn 50/50. De kwaliteit van leven is echter heel laag. Wekelijks stijgen nu de kanssen tot 80/90% overlevingskans met 28 weken.

Dus als de gynaecoloog zegt rustig aan doen, dan doen we dat. Been there, done that, alles om opname te voorkomen.

Alhoewel we de controles deze weken met stijgende spanning tegemoet zien, proberen we dus vooral te genieten. Ik omring me met positieve mensen, mensen die me energie geven i.p.v. kosten. Laten we nou net gezegend zijn met heel veel lieve, gezellige, grappige, gekke, en te gekke mensen om ons heen. Cheers to them!

Ondanks deze spannende weken maken we er ondertussen dus gewoon het beste van, prioriteiten stellen, leuke dingen doen, maar vooral de rust bewaken, en dat betekent dus soms ‘Nee’ zeggen.

Ik geniet van de kleine , grote dingen. Mijn kanjers van meiden, en neem uitgebreid de tijd voor moederkloek- activiteiten zoals boekjes lezen, knutselen, cake bakken, of naar de kinderboerderij gaan. Ik zou er zomaar voor in de wieg gelegd kunnen zijn. Love it. Die stofzuiger wacht maar even. Ode aan de kleine dingen in het leven, en alle fijne mensen.  Mijn lieve man die wat vaker de stofzuiger pakt, mijn moeder die ons badkamertje poetst, mijn schoonmoeder die lakentjes voor de baby naait, of die lieve vriendin die er altijd voor me is (ja, jij Roos).  Ik ben, en durf, meer picky te zijn in wie / wat  mijn energie verdient en wie / wat  niet. En weet je wat ? It feels good 🙂

Vrijdag heb ik omgedoopt tot IJSJES – VRIJDAG, om de weken te vieren. Vier je mee?

Happy Friday allemaal! Cheers tot the freekin weekend! (Ik proost mee, met thee en wat (repen) chocolade)

XXX

“Surround yourself by people who make you happy”

“The happiest people don’t have the best of everything, they make the best of everything”

ZWANGERSCHAP EN BEVALLING| ONZEKER

21 Jul

‘Laten we voor de zekerheid maar een cervixmeting* doen’, stelt mijn gynaecoloog afgelopen maandag voor. Ze overvalt me er toch wel enigszins mee. Het opmeten van de cervix (baarmoedermond), wordt gedaan middels een inwendige echo. Dus een paar minuten later ga ik met de billen bloot. Letterlijk en figuurlijk, want van de spanning krijg ik spontaan klamme handjes. Die hadden we niet zien aankomen.

*met een cervixmeting kan bepaald worden of sprake is van een verkortte baarmoedermond, en daarmee een verhoogde kans op mogelijke dreigende vroeggeboorte.

Omdat dit specifieke echo apparaat niet meer ‘je van het’  onder de echo apparaten is, is de meting niet of nauwelijks uit te voeren. Heb ik dat? Broek aan. Hop, naar de wachtkamer voor een echo in een ander kamertje. Uitgevoerd door de ‘rolls royce’ onder de echo apparaten, aldus mijn gyn. Bof ik even, met een Rolls Roys tussen mijn benen 😉

Het was allemaal wat lastig te meten en te beoordelen, maar uiteindelijk lukte het een meting te doen die betrouwbaar genoeg was.

4.3mm. Een goede score. Vorige meting zat mijn ‘rapportcijfer’ nog rond de 5, maar ik zit binnen de veilige marge. Met een laagdrempelig bel -advies, een grote ‘maak je vooral geen zorgen’ – glimlach van de gynaecoloog,  en een afspraak voor over drie weken, mag ik gaan. Toedeledokie.

Opgelucht zul je denken. Blij en gerustgesteld. Nee. Niets van alles. Eerst wel, maar later ben ik vooral onzeker. Opeens. Getver. Dat had ik niet besteld. Onzekerheid.

Vandaag ben ik precies 23 weken en 4 dagen zwanger. Vrijdag ben ik 24 weken zwanger. Vrijdag is een belangrijke dag. Wat maken die paar daagjes nou uit zul je denken? Nou, heel veel kan ik je vertellen. Vrijdag zullen artsen bij een eventuele bevalling levensreddend handelen. Bij 24 weken krijg je bij een dreigende vroeggeboorte weeënremming en corticosteroïden.

Niet dat ik er nou vanuit ga dat die nodig zijn, maar stel je voor. Het gevoel van dagen sparen komt weer bij me boven. De machteloosheid, de onzekerheid. Laat ik alsjeblieft die 24 weken alvast binnenslepen.

Vorige zwangerschap was het allemaal ook zo vreselijk onduidelijk. Na goede cervix metingen en aanhoudende vage klachten uiteindelijk toch metingen en testjes die zorgwekkend waren. Opeens paniek. Opname in het WKZ volgde. Weeënremming, corticosteroïden, rondleiding over de NICU, gesprekken met de kinderarts en maatschappelijk werk.  Het leek rustig te worden, naar huis gaan werd bespreekbaar, toen er pats boem diagnose gebroken vliezen (positieve varen test) volgde. Antibiotica, en opeens werd de diagnose ingetrokken obv. een mogelijke vals- positieve varen test. Vaag was het. Een raadsel. Voor de artsen en voor mij. Een wonder (en heel veel petihdine en weeënremming later)  was het dat onze lieve Jula pas bij 39 weken geboren is.

En daar gaan we voor. Niet voor de ziekenhuisopnames, maar voor de 39 weken. Daar heb ik tot nu ook alle vertrouwen in gehad. Nu alleen even iets minder. Noem het de hormonen. Noem het de herinneringen die weer boven komen. Noem het wat lichamelijke klachtjes die volgens mij doodnormaal zijn, maar me nu gewoon even super onzeker maken. Noem het piekeren. Noem het zeuren. Noem het logisch na de geschiedenis. Noem het wat je wilt.

Ik noem het alvast een voorzichtig taartje waard, als om te beginnen die 24 weken straks alvast in de pocket zijn….

Op naar vrijdag. En nog heel veel zwangere vrijdagen.

Tot gauw!

xxx

Tess

ZWANGERSCHAP EN BEVALLING|20 WEKEN| DIKKE BILLEN EN VERDRIET

26 Jun

‘Mama je billen worden ook een beetje dik’.  ‘Je bedoelt mijn buik???’, probeer ik voorzichtig….

‘Jahaa , mam, die ook , maar ook je billen.’  ‘Mijn billen??’ (Die m&m’s moeten ze verbieden, ik zweer het je)  Ik loop naar de gang en probeer halverwege de trap achterstevoren mijn derrière in de spiegel te bespieden. Kan ik het helpen dat die spiegel precies daar hangt. Off all places…

Terwijl Nova me schaapachtig aanstaart, gaat de bel. Ik flikker nog net niet van de trap. ‘Excuse my language’.

De postbode,…. die, oh ooooh, precies zicht heeft op mijn rare vertoning op de trap.

Nonchalant, alsof er niets gebeurd is, neem ik het pakketje aan. Krijtverf. Whoooop. Ik vergeet het billen tafereel, want hier word ik acuut blij van. Krijtverf is de BOM voor mama’s in spé, for real! Dit is wat mijn hormonen willen. (Krijt)Verven. Nestellen. Voorbereiden.

Nu al? Nee,… nu pas, zul je bedoelen. Deze mevrouw wil namelijk alles af. Schaapjes op het droge. En rapido, als het even kan.

Relaxed! Appt een vriendinnetje van me vandaag nog. Relaxed?? Ik? Euuhh…Het gaat mij niet gebeuren dat ik straks met 25 weken weer uitgeschakeld ben, en dat er nog niets voorbereid is. Neeee, Tessje is relaxed als straks alles in kannen en kruiken is. De kipjes met een gerust hart op stok kunnen.

Natuurlijk ga ik er niet van uit dat me hetzelfde overkomt als tijdens de zwangerschap van Jula. Maar toch. Dit keer laat ik liever zo min mogelijk aan het toeval over… Tessa en toeval gaan even niet zo goed samen. Iets met een legertje hormonen.

Flashbacks:

Stiekem komt die heftige zwangerschap van Jula natuurlijk regelmatig boven waaien. Ik zit nu immers op de helft. 20 weken. De echo was goed (vreugde). Toch ben ik vaak aan het rekenen. Over vier weken vanaf nu, begonnen de problemen. Buikpijn, verkorte baarmoedermond, en uiteindelijk opname in het WKZ met weeën remming, longrijping, nog meer weeën remming, diagnose gebroken vliezen, een abonnementje op de verloskamers met heel veel nachten sedatie (lekker spacen op de pethidine, YEAH!). Bijna de helft van mijn zwangerschap heb ik toen plat gelegen. Niets verven. Niets voorbereiden. Niets genieten.

Tja, en dat drijft dus weer even boven, nu ik in de buurt van die termijn kom. Can’t help it!

Dat gaan we nu dus even anders doen. Die voorbereidingen.  Het voorbereiden, verven en klussen kunnen ze me alvast niet meer afnemen..Daar wordt hard aan gewerkt.

Alhoewel de tijd soms voorbij kroop, lijkt het achteraf best snel gegaan, de eerste 20 weken. Volgende week alweer, sluit ik met Sijbrand mijn laatste behandeling in Gent af. Dat gaan we na afloop vieren in Antwerpen. De Utrogestan en bloedverdunners slik ik tot 34 weken sowieso door, en dat geeft ons een gerust gevoel. Gent blijft op afstand betrokken, en verdere controles vinden allemaal plaats bij de gynaecoloog in NL, om de hoek. Hoe fijn is dat?

Verdriet:

Toch werden wij zeer recent ook geconfronteerd met hoe oneerlijk het leven soms kan zijn. Met beide benen op de grond gezet. BAM. In onze naaste omgeving werd afscheid genomen van een werkelijk prachtig mannetje wat na 23 weken zwangerschap geboren werd. Dit raakt ons intens. Diepe indruk heeft dit mooie kindje op ons gemaakt. Woorden kunnen niet beschrijven wat dat met ons doet, en vooral.. hoe moedig we deze lieve ouders vinden. Onze gedachten gaan dan ook uit naar dit lieve, prachtige ventje en zijn al even prachtige ouders.

En dan ben ik, of mijn hormonen ( ach je, laat ik die maar weer de schuld geven)  me druk aan het maken over het verven van de babykamer??

Het leven lijkt soms voorbij te vliegen. Mensen leven, zonder écht te leven. Zonder te merken wat voor mooie dingen er gebeuren.

Als ik iets de afgelopen tijd geleerd heb, is het wel te genieten van de kleine dingen. Niets is vanzelfsprekend. Zwanger worden is niet vanzelfsprekend, zwanger blijven ook niet. Net als gezondheid. Ook dat is geen vanzelfsprekendheid. Liefde? Het is géén vanzelfsprekendheid.

Lieve lezers. Open je ogen, en kijk om je heen. Het klinkt cliché, maar fuck it!  Stel je open en voel. Prikkel je zintuigen en ervaar. De wind in je haren. De zon op je bol. Leven mogen geven. Een knuffel, een kus? Sta erbij stil, en wees dankbaar.

Het is namelijk niét vanzelfsprekend.

Wees dankbaar. Dankbaar om traantjes te mogen drogen, toeten te poetsen,  pleisters te plakken, boosheid te sussen, schopjes te voelen, en samen te zijn. Geniet van de kleine dingen. Ze zijn overal.

 “Enjoy the little things in life, someday you’ll look back, and realize they were the big things”.

ZWANGERSCHAP EN BEVALLING| MOSTERD EN AUGURKEN

9 Jun

Crackers met kaas. En mosterd. Mijn cravings, momenteel. Het liefst de scherpste mosterd die ik kan vinden. Zo eentje waarbij per direct de tranen in je broek springen, de scherpe smaken je neus doen samen trekken. Geen ordinaire cafetaria mosterd. Neeee, die komt het huis niet in..

En dan augurken, …die eet ik niet, maar die vreet ik 😉 Van die kleine zoet – zure krengen. Bovenop,  …,no surprise, ..een cracker. Met kaas. Dat wel.

Dat de crackers nu zowaar eens binnenblijven is een klein wonder. Dat is flink anders geweest. Op een ochtend voel ik me nogal, .. hoe zal ik het zeggen, weeïg. Kotserig, is misschien een beter woord.  Ik weet niet of ik moet spugen, of juist eten.

Dat gevoel herken ik. Ik voel me beroerd. Misselijk. Zwanger!?

Een inmiddels routinematig kruitvat testje bevestigt mijn gevoel.  We zijn blij, er vloeien voorzichtig wat traantjes, maar we proberen vooral ook reëel te blijven. Voorzichtig te zijn. Onszelf te beschermen, en teleurstellingen te beperken. Zwanger worden blijkt bij de ‘Van ’t Oevers’ het probleem niet. Het blijven des te meer.

Na onze vorige miskraam hebben we samen besproken; ‘hoe nu verder’?. Na 5 miskramen, maar een prachtig gezin met twee gezonde, kanjers van meiden, voelden wij ook naar hen toe de verantwoordelijkheid tot het  maken van weloverwogen keuzes.

Wij hebben altijd een groot gezin gewild. Ikzelf wist dit al toen ik nog met de poppen speelde. Als mensen mij vroegen wat ik later wilde worden, dan was dat simpel. Moeder. Ik wilde moeder worden. Nou ik kan je vertellen.  Op dat vlak ben ik flink aan de weg aan het timmeren. Maak ik toch nog ergens carrière in.

Toch besloot de natuur een aantal keer anders. De in Nederland geboden onderzoeken bij herhaalde miskramen volgden. Waaronder een chromosoom onderzoek. Als de reden van de miskramen genetische bepaald zou zijn, dan zou dat onze keuze beïnvloeden. Er werd niets gevonden. Een opluchting, maar hoe nu verder. In NL meldden de artsen ons dat er statistisch gezien geen reden was om niét voor een derde te gaan. De kans was immers veel groter dat het wél goed ging. Met een rijtje statistieken werden we weg gestuurd. ‘Werk’ aan de winkel, aldus de gynaecoloog.

Toch bleek de praktijk bij ons keer op keer anders, en zaten we telkens bij de 20% kans, of minder waarbij het dus niet goed ging. Niets statistieken. Er volgden miskramen. Secundaire miskramen zoals ze dat noemden, er was al meerdere malen hartactie gezien en alles leek goed. Met de nadruk op ‘leek goed’.

Gewoon weer proberen durfden we niet. Dat stond voor ons vast. Weer een miskraam. Weer een mogelijke curettage en narcose, met alle impact van dien, daar voelden we ons niet goed bij.

Het UZ Gent:

Via , via hoorde en las ik over het UZ Gent. De ARG, de afdeling reproductieve geneeskunde. Daar zitten o.a. specialisten op het vlak van herhaalde miskramen. Daar is medicatie beschikbaar die in NL (nog) niet standaard is. Daar worden meerdere onderzoeken gedaan zoals zeer uitgebreid bloedonderzoek, een hysterioscopie.

Voordat we onze wens voor een derde kindje lieten varen, wilden we op gesprek in Gent. Dan konden we later (als de houdbaarheidsdatum van mijn eierstokken verstreken was) in ieder geval geen spijt krijgen dat we überhaupt niet zijn gaan praten in Gent.

Ik zocht een verzekeringmaatschappij met een contract met het UZ Gent, en we spraken hierover met mijn Gynaecoloog in Nederland.

Al snel voelden wij, heel sterk, we gaan het nog één keer proberen. De afspraak met een van de de beste artsen op dit vlak ‘professor de Sutter’ stond al geruime tijd gepland, echter de wachttijden in Gent zijn lang.

En toen bleek ik zwanger. Pats. Boem. Blij en onzeker. Kruitvat test.Nog een kruitvat test. En nog één. Weeïg.Tranen. Emoties. Mosterd. Augurken. Kotsen. Nog meer kotsen. ZWANGER!!

De afspraak in Gent werd vervroegd. Er werd naast een uitgebreid bloedonderzoek gelijk een ‘plan de campagne’ opgesteld. Het voelde als een warm bad, daar in Gent. Heel persoonlijk.

De volgende dag  lag ik aan een infuus (waarover later meer), en kreeg ik diverse medicamenten voorgeschreven. Het voelde prettig  dit keer niet alles aan het lot over te laten. Zelf iets te kunnen doen, onder begeleiding van het UZ Gent, en mijn eigen gynaecoloog in Nederland.

Alles gaat goed. Er zijn kwaaltjes. Bijwerkingen van de medicijnen, iets meer zorgen. Maar er is ondersteuning. Vanaf 6 weken hebben we bijna iedere week een echo gehad. Elke echo kregen we meer vertrouwen. Werd het echter.Voelden we het meer. Af en toe waren we onzeker (bloedverlies), of dacht ik dat het mis was. Niets bleek (tot nu toe) minder waar. Ik spuugde en spuugde. Ging aan de ORS. Maakte kennis met de Utrogestan (Sijbrand noemt ze Skut-raketten,.. ik treed liever nog even niet in detail).  Verder kreeg ik bloedverdunners voorgeschreven, en krijg ik driewekelijks immunoglobulinen (multigam) toegediend middels een infuus via professor L. Noens (ook in Gent).

De kleine maakt het goed, en dus maken wij het goed. We zijn verheugd.

Dankbaar zijn wij, weer te  mogen verwachten, liefde te mogen geven aan nieuw leven, en te dromen over zusjes die grote zus worden. Poezelige baby armpjes, gebroken nachten, borstvoedingen en poepluiers. Wij zijn er zo vreselijk klaar voor.

En….(tromgeroffel) onze allerliefste (en beste)  meisjes-papa, bewijst maar weer dat échte mannen alleen meisjes krijgen. Cause….it’s a girl, and we are so ‘freakin’ happy! 

Inmiddels ben ik alweer bijna 18 weken zwanger, en de tijd vliegt.  Mijn buik besluit dat hij gezien mag worden, en ik krijg dan ook spontane felicitaties.

Ik geniet ervan. Van de augurken. De mosterd. De hormonen. Mijn zwangere lijf (inclusief ja, ja knaltieten).

We zijn vooral bezig met het ‘nu’, day by day,….maar heel voorzichtig dromen we af en toe even weg. Richting de toekomst. 3 kleine meisjes. 3 lieve koppies. 3 staartjes, en een papa en een mama.

En ze leefden nog lang en gelukkig. Happily ever after.

18 weken*18 weken zwanger alweer. Het buikje mag gezien worden.

Met de meisjes in Gent*Onderweg naar ons vakantie adres, met een pitstop in Gent. De meisjes mogen lekker bij me knuffelen.Gent 6 weken zwangereven ‘tanken’ in Gent, we gaan er haast aan wennen 😉

PERSOONLIJK| “Zo, klein, maar toch bijzonder, zo van ons, zo dichtbij..”

8 Dec

‘Dit was uw zevende zwangerschap’ hoor ik de echoscopiste zeggen.’ BAM. Dat was een rake klap. ‘Eh, ja,’ stamel ik. Beduusd en stil van de confronterende woorden. Onze droom was mooi, maar is niet meer. Wederom verslagen door slecht nieuws verlaten we het ziekenhuis.

De woorden van de gynaecoloog dwalen door mijn hoofd. Chromosoom-onderzoeken, stollingsziekten, afwachten, medicatie, curettage, algehele narcose, het telefoonnummer, in geval van spoed…

Hij vraagt of we weten wat chromosomen ongeveer zijn. In Jip en Janneke taal barst de beste man een relaas los. Over cellen, en eigenschappen, en stukjes, dubbele stukjes en celdeling. Hij praat tegen me of ik niet ouder dan 5 ben. Zie ik er zo dom uit?

Ik weet even helemaal niets beste meneer. Ik weet hoe mijn tranen proeven, dat wel. Zout. Ik weet de smaak van verdriet. Ook dat weet ik. Bitter. Verder weet ik even niets. Helemaal niets hoor je. Ik weet niet eens hoe ik mijn koffie altijd drink. En die drink ik dagelijks…


We hebben even aan het geluk mogen proeven; zilt en zoet.

Toch mag het niet zo zijn.

We hebben even van het idee mogen genieten, ook al was je nog zo klein.

Zo klein, maar toch bijzonder, zo van ons, zo dichtbij.

Totdat je wereld opeens instort.

Huilen en schreeuwen, snikken en beven. Keer, op keer, op keer.

We hebben jouw hartje zien kloppen, wat was dat bijzonder.

We konden er in stilte van genieten met een glimlach van oor tot oor.

Stiekem fantaseren over jou in ons leven, ons derde wonder.

Toen kwam daar dat slechte nieuws. Geen hartslag meer.

Dan is alles koud en stil.

Huilen, schreeuwen, snikken, en beven. Keer, op keer, op keer.

We hebben even aan het geluk mogen proeven; zilt en zoet.

Je zit daar nu nog warm in mijn buik en houdt je nog stevig vast,..

toch weet ik dat ik afscheid nemen moet.

Van jou, van dromen en fantasieën, met je zusjes hand in hand.

De wereld ontdekken, de wind door jullie haren, samen op het strand.

Ga maar, lief, klein en bijzonder, het is goed.

Twee prachtige meiden, geniet ervan is wat ik steeds hoor.

Het verzacht misschien een beetje, maar de pijn, het verdriet en het  gemis worden er nu niet minder door.

Morgen als ik wakker wordt, in het ziekenhuis, ben jij niet meer bij mij.

Zo klein, maar toch zo bijzonder, zo van ons, zo dichtbij.

Mijn buik leeg en koud, maar gelukkig niets dan liefde aan mijn zij.

Toch zal ik blijven dromen, en ik houd je in gedachten nog even vast.

Daarna ga ik weer snel verder, ik sta weer op, en recht mijn rug .

Dan knuffel ik mijn liefdes, en denk ik nog vaak aan je terug.

We did it! 3 maanden later.

16 Jun

Ontelbare keren met gierende banden en slippende sneakers naar de verloskamers, ladingen drugs, temazepam, pethidine, weken met ontsluiting, weeen die moesten oprotten, weeën die niet doorzette, innerlijke check ups, gebroken vliezen, schoenzolen met ondefiniëerbare aardappelpuree, snurkende buurvrouwen, tranen, frustraties, een wereld van cervixmetingen, dokterende doktertertjes, wel weenremming, géén weeën remming, vanaf 26 weken elke week horen;  ‘mevrouw u gaat nú bevallen’ ….maar, …weken later,  god op mijn blote knietjes smeken om actie in de taxi, weeen XL en mucho rapido als het even kan!

Ik heb me ziek gedronken aan bitterlemmon, een maagzweer gegeten aan ananasharten en alle tips en tricks uitgeprobeerd om te ontsluiten als nooit te voren, zonder succes en in het verleden behaalde resultaten bleken geen garanties voor de toekomst.
Waar in het WKZ een inleiding beloofd werd met 37 weken, krabbelden ze terug toen het zover was. Uiteraard was ik in alle staten na alle ellende en het wachten meer dan beu..
Een ding stond vast:  ‘niet meer sollen met Tess’, en dus regelde ik de volgende dag een second opinion in het Antonius ziekenhuis.

De lucht klaarde op en de wolken verdwenen als sneeuw voor de zon, toen onze weledele heer ,drs Thé, mijn mening deelde en een paar dagen later een inleiding plande. Die man verdient niet één voetstuk, nee honderd. Ik ben hem tot op de dag van vandaag dankbaar voor deze beslissing want nog meer nachten in het ziekenhuis platgespoten worden met steeds hogere doseringen ‘dope’  was een overduidelijke ‘No go!’
Offcourse gooide spoed op de verloskamers roet in het eten en werd mijn geplande bevalling alsnog een dag uitgesteld maar dat ene dagje kon er ook nog wel bij. (Ik heb immers al vaker op de verloskamers gelegend dan iemand met tien kids, het werd haast gezellig..)

Ik beviel met oerkrachten en snelheden waar je u tegen zegt op de Jazzy klanken van Melody Gardot. Mijn ruggeprik werkte maar aan één kant  en toen ik dacht dat ik dood ging bleek ik met hulp van de wee opwekkers binnen één uur van 3 naar 10 cm gegaan te zijn. Wooooeeeiii, die weeën dansjes hebben blijkbaar toch geholpen.. Toen later bleek dat ik ‘down under’ ‘Total loss’ was verklaard en de gynaecoloog aangerukt werd om te hechten vond ik zelfs dat niet erg, dat deed ik er ook nog wel even bij. Ons meisje was gezond, uit mijn buik, en de tranen waren niet te stoppen.
Dat het een illusie was dat ik het eindelijk zonder drugs af zou kunnen bleek al de eerste nacht toen de verloskundige met een wit hoofd probeerde normaal te reageren toen ze de schade zag. Diclofenac en, ….je raadt het al…, Temazepam,  mijn  oude vertrouwde ‘vriend’ in barre tijden.

Ook het naar huis gaan verliep natuurlijk niet zo ‘smooth’ als het zou moeten. Sijbrand is onze Jula aan het aangeven bij de gemeente om mij vervolgens op te halen en mee te nemen. Hij is nog niet weg of ik denk dat mijn kind stikt,.. als een kieviet spring ik op (vraag me niet hoe) en roep ik de zuster.
Ik wordt aangekeken of het een uiterst normale ‘ ik ben net bevallen en dus overbezorgd’ reactie is, en of alle baby’s wit en blauw wegtrekken om hun mondje…  Voor de vorm biedt ze aan bij me te blijven voor als het nog een keer zou gebeuren. Nog geen 15 minuten later is het weer raak en is ook zustertje lief in paniek. De kinderarts is er snel en neonatologie volgt, zuurstof dipjes. Gelukkig blijken het opstart problemen en kunnen we twee dagen later als Jula dip vrij is, alsnog naar huis.
Dat we een tuinkabouter met iets te veel babbels als kraamhulp hebben nemen we op de koop toe, en aardig is ze zeker, aardig gek ja  zou Sijbrand zeggen.;-))

We openen nog even een winkeltje alsof het niets is, en besluiten dan dat het hoog tijd is onze ziekenhuis droom waar te maken. Met ons nieuwbakken gezin naar de zon, nieuwe energie opdoen en een welbewogen periode in stijl afsluiten. Dat deze gedachte mij ziekenhuis nachten lang op de been hield en de oersaaie 11 weken strikte bedrust deed overleven, maakte dat de plannen snel concreet gemaakt werden. We did it !, Ibiza en het was ultiem genieten. Je zult er niet van opkijken dat vast weer iets niet volgens planning ging bij de van’t Oevers… een draak van een keelontsteking komt de kop opsteken en probeert roet in het eten te gooien, maar mij krijgen ze niet zo snel klein hoor, antibiotica doet wonderen.
Wat een voorrecht is het toch om je meisjes om je heen te hebben, te genieten van je pracht, je gezin, en elkaar. Geluk zit in de kleine dingen, het is cliche maar waar. De zee, een croissantje met chocopasta, Spinazie met gehaktballen, Nova die vooral de hele wereld wil vertellen dat ze toch echt moet Poepen,… of dat haar papa toch echt een piemel heeft. Echt?? goh!

Ik kan na weken weer met Nova fietsen en moet ook kostelijk lachen als ze een knorrige ,nog net geen lilliputter, meneer in de Praxis aanspreekt en keer op keer zegt : ‘kleine meneeeheeeer, wie ben jij?’ ,en:  ‘mama, die meneer is wel heeeel klein, maar het is toch een meneer, dat is gek!!’. Dat hij plaatselijke bekendheid heeft als de Praxis tuinkabouter heb ik maar niet verteld, drie keer raden hoe ze hem dan de volgende keer aanspreekt….

Als ik afgelopen week trots op kraambezoek ga bij mijn pas bevallen vriendin, sta ik te janken als een klein kind. Wat is het toch mooi, nieuw leven op de wereld te mogen zetten. Het mooiste dat er bestaat. … , ik hoor de opa’s en oma’s al denken,… nee joh!,… voor een elftal gaan we heus niet hoor.. alhoewel … wel gezelligheid gegarandeerd, natuurlijk 😉

Er gaan gedachtes door me heen als, zal ik dit ooit nog meemaken, zwanger zijn, bevallen?, ….  Op die vraag kan ik geen antwoord geven. Een verhoogde kans op een vroeggeboorte zullen we nooit negeren, deze toestand was, zacht uitgedrukt,  heftig. Kan je nagaan hoe heftig een daadwerkelijke extreme vroeggeboorte is.

Maar goed, eind goed al goed, nu wil ik niet meer achterom kijken, of teveel met de toekomst bezig zijn (waar me nog een zware kaak operatie en wééér ziekenhuis boven mijn hoofd hangt). Ik wil nú genieten, van elk moment, met elke vezel in mijn lijf en voorlopig even geen medicijnen meer als pregabaline, pethidine, tramadol, antibiotica of prednison. Ik ben er klaar mee!
Vandaar dat ik waarschijnlijk heeeéééel per ongeluk, expres, bewust, onbewust het telefoontje om het kaak, beugel traject te starten steeds maar voor me uitschuif. Ik wil nog even in de ontkenningsfase zijn en laat mezelf nog even in die waan. Eerst maar eens doen wat ik zo gemist heb, leuke dingen doen met alle lieve mensen om me heen, genieten van de kindjes en weer aan het werk gaan. Ach artikeltjes en fotografie voor FHM en Jeanscult beoordelen, de marketing onder de loep nemen, inkoopplanningen maken, en de etalages onder handen nemen, is alleen maar leuk!

Noem het een wonder, noem het oerkracht, overlevingsdrang, geluk of het lot. .. Prachtige Jula is met een gezonde termijn geboren, de liefste baby ooit, en wij de gelukkigste ouders ever.

*Onder het motto van wij vieren het leven, heeft Sijbrand mij kaartjes gegeven voor North sea Jazz festival, Melody Gardot. Mijn meisjes zijn ter wereld gekomen op haar muziek, wat zal dat een bijzondere avond worden!

   

Bijzonder meisje, bijzondere datum, ‘Jula’ 29-2-2012

7 Mrt

Uit liefde niets dan liefs

Vandaag precies één week geleden werd ons andere bijzondere meisje ‘Jula’ geboren. Na een ‘bijzondere’ zwangerschap, op een ‘bijzondere’ datum.  29-02-2012

Met een verjaardag eens in de vier jaar blijft ze lekker jong joh!, ja die grap kennen we nu wel!

Zelfs RTV Utrecht krijgt er lucht van en die willen ons voor de bijzondere gelegenheid direct na de bevalling interviewen. De omstandigheden laten het echter niet toe want we zijn te druk bezig, met… genieten natuurlijk !!

Al onze wensen zijn vervuld: Om te beginnen met de bevalling, misschien heb ik het over mezelf af geroepen met al die verzoeken om ‘weenstormen’. Nou ik kan je vertellen, ik heb ze gekregen en hoe!

Begonnen we dinsdag nog über relaxed met een groot bad tot onze beschikking, lekkere jazz klanken uit de speakers en een traag vorderende baarmoedermond toestand. Woensdag ochtend konden de vliezen gebroken worden. Toen ging het rap. De weeën die ik al had werden snel krachtiger, toch stelde de verloskundige voor bijstimulatie te starten. Ik zat op ruim drie centimeter.

Ik krijg het gevoel dat ik ook gelijk een ruggenprik wil, ook al vind ik het zelf nog vroeg, iets in me zegt dat ik die prik direct met het infuus van de weeopwekkers wil. De anesthesist arriveert en het zetten van de prik is iets gevoelig. Ik voel wat stroomschokjes in mijn rug en wacht op verlichting. Mijn rechterkant voel ik het zelfde moment tintelen en warm worden en daar neemt de pijn ook af. Echter mijn linker kant werkt niet mee, ik voel iets getintel maar de pijn blijft. Als ook de bijstimulatie gestart wordt heb ik alleen links heftige weeën, heel lokaal maar zeer pijnlijk. De anesthesist wordt er weer bijgeroepen en hij geeft me een ‘bolusje’ oftewel een extra ‘shotje’. Als ik ga zitten zodat de jongeman kan controleren of de ruggenprik goed zit verga ik van de pijn. Ik huil en roep: ‘Hoe kan dat nou?’ ‘waarom werkt die prik niet?’ en; ‘Dit hou ik toch geen uren meer vol’.  Sijbrand pakt me vast en zegt dat ik het wel kan. ‘Jij kan alles’. Door mijn hevige pijn wordt de verloskundige erbij geroepen. Ze zegt dat ze het niet snapt en ze wil wel toucheren maar dat heeft ze een half uur daarvoor nog gedaan en toen zat ik op die ‘ruim drie centimeter’. Dan vind Sijbrand het genoeg en vraagt of ze toch nog even de vorderingen daar beneden wil checken.

Als ze dat doet valt ze bijna van haar stoel. Ik weet jouw pijn wel te verklaren, zegt ze. Je zit op 10 centimeter je gaat bevallen. Van 3 naar 10 in drie kwartier zegt ze met verbazing alsof ik zojuist alle records verbroken heb. Dan breken de dijken door, ik huil van ontlading en van opluchting, die hadden we niet zien aankomen, zo snel al. Sijbrand en ik hebben beide tranen in onze ogen, het einde is in zicht. Nu kan ik alles weer aan.

De ruggenprik wordt uit gezet en de weeopwekkers een frequentie hoger, ik mag persen. En dat doe ik of mijn leven er van afhangt. Dan even later, als een oerknal, is daar ‘Jula’. Er zijn nog net geen keepers handschoenen nodig om haar op te vangen.

En dan is daar: ‘Hét moment’:

Haar warme, glibberige,roze, perfecte lijfje op mijn buik. Dat moment is het mooiste ‘Jula moment’ tot nu toe en misschien wel ooit..

Wat een ontlading. ‘Ooooh wat ben je mooi’, ‘kom maar bij mama’ spreek ik haar toe. Tranen van geluk en watervallen aan emoties. Voorzichtig  vraag ik de verloskundige nog even hoe het met de ‘schade van onderen’ gesteld is. Ze zoekt even naar de juiste woorden. Dat ik er niet zonder kleerscheuren vanaf ben gekomen is wel duidelijk, maar, hoe erg is het??  ‘De gynaecoloog komt zo even kijken’ zegt ze. Ik hoor ze over ‘ vezels’, ‘spieren’ en ‘huidlagen’ praten en het is me wel duidelijk. Er is flink wat hechtdraad nodig.

Toch gaat het op dat moment allemaal langs me heen. Ons godswonder ligt op mijn buik, ons meisje, glibberig, roze, en warm en de tranen blijven stromen.  Eind goed al goed…

Ze begint gelijk te zoeken en te happen en mijn gevoel zegt: ‘ik wil dat ze aangelegd wordt’. Omdat ik er niet in de makkelijkste positie bij lig, met mijn benen in de beugels, en de gynaecoloog daar een precisie werkje aan het uitvoeren is waar je u tegen zegt…, vraag ik de  verpleegkundige om hulp. En ja hoor nog geen twee minuten later lig ik met mijn dochter aan de borst. Wat is de natuur toch mooi!

Als een visje hapt ze toe met de nodige zuigkracht om voorlopig niet meer los te laten.  Andersom wil ik haar ook nooit meer loslaten, nooit meer en voor altijd klein en bij mama.

Dat zit wel goed, mama en Jula. Een band die nu al niet meer is weg te denken, een verbintenis voor het leven, liefde stroomt als nooit te voren, geen woorden voor, onbeschrijfelijk wat mooi.

Omdat ze het zo goed doet ligt ze de komende twee uur tijdens het hechten op mijn buik en gaat de wereld langs ons heen. Papa, mama en Jula en we kunnen niet wachten om onze lieve Nova erbij te hebben.

Als er iemand komt om mij te douchen en Jula haar controles en Apgar tests te doen zeg ik dat ik wil dat Sijbrand haar vast houdt. Hij ‘shined’ er op los met zijn meisje in zijn armen..

Dan moet ik toch echt douchen. Hel op aarde, ik wil er zo snel mogelijk onder vandaan. Als ik voorzichtig een blik naar beneden werp ga ik bijna onder uit. Komt dat ooit nog goed? Ik wordt duizelig door de hete douche, wordt eronder vandaan gehaald. Beetje deo, beetje tandpasta, borsteltje, cremetje, gevolgd door mijn nieuwe pyama die al weken klaar ligt, en een kind kan de was doen…

Vergeet ik bijna de Marlies dekkers’ onderbroek die je in het ziekenhuis krijgt, man wat een tent is dat.. Met wat tentstokken kan je daar met de hele familie in kamperen. ‘Bangmakers’ noemt Sijbrand ze, met recht.

Alhoewel een kind op de wereld zetten het mooiste en meest natuurlijke en vrouwelijke is wat je als vrouw kan doen, zijn er toch ook flink wat ongemakken waardoor je, je alles behalve vrouw voelt.

Zo wordt je regelmatig geïnspecteerd door elke keer iemand anders, kan je niet zitten, ben je bont en blauw, en moet je, je met pijn en moeite inclusief luiers waar ‘Tena lady’ niets bij is in een rolstoel hijsen om je dochter op te zoeken.

Ja, op zoeken want de dag na de bevalling wordt ons droppie opgenomen op de neonatologie i.v.m. incidenten met de ademhaling. Ze smakt, kokhalst, is misselijk, spuugt is duidelijk niet lekker en lijkt het benauwd te hebben.

Dit alles speelt zich af als Sijbrand naar de gemeente is om zijn tweede meisje aan te geven, zul je net zien . Ik drukt op de bel om de zuster te alarmeren, geen respons, he, verdorie waar zijn ze als je ze echt nodig hebt?

Ik roep nog  ‘Help!’ en dan sta ik binnen no-time naast mijn bed. Als een kieviet spring ik, invalide of niet, op, en roep er iemand bij. Als ook zij verkleuring om het mondje en een slap poppetje constateert, wordt de kinderarts erbij gehaald. Dan gaat het snel en de neonatologie volgt. Ook daar vertoont ze een ‘dipje’  en houden ze haar goed in de gaten. Daar ligt ze dan, je trots, aan slangetjes en monitoren. Heb jij haar eindelijk in je armen kunnen sluiten, wil je haar niet meer loslaten, moet je haar toch loslaten.

Gelukkig heeft Nova haar de eerste uren na de bevalling nog kunnen ontmoeten en dat moment pikt niemand ons meer af, want wat is ze trots en groot ook opeens, en wat voelt dat écht!…., volwassen, een compleet gezin. Tegen niemand zeggen dat we ook nog een hond en station wagen hebben, dat blijft ons geheim ;-).

Ik ben vastbesloten Jula zelf elke drie uur te voeden maar wordt al snel terug gefloten. Door mijn lijf en door de verpleegkundigen. De rit in de rolstoel naar Jula toe is al een hele bevalling op zich. Door de pijn heen zitten roepen ze dan, en ik vraag me af of ze dit zelf ooit gevoeld hebben.

Voor de nacht krijg ik een cocktail van paracetamol, diclofenac en natuurlijk … Temazepam, mijn oude vertrouwde ‘vriend’ in barre tijden. Helaas heb ik het nodig want ik kan me niet eens omdraaien in bed. Dus sla ik aan het kolven om snachts een ieder geval een paar uur achter elkaar te kunnen slapen. Ik was even vergeten hoe dat was, ‘kolven’. Over vrouw onvriendelijk gesproken. Ik voel me net een koe aan zo’n melkapparaat. Die beelden vergeet Sijbrand nooit meer, hoe ga ik die uit zijn geheugen krijgen? Werk aan de winkel dus!

Tijd heelt letterlijk en figuurlijk alle wonden en gelukkig gaat het elke dag beter. De tijd zal ook leed, verdriet, onzekerheid en spanningen doen vergeten, dat weet ik. De mooie momenten blijven over.

Een tikkeltje onzeker vertrekken we zaterdag naar huis, wat voelt dat weer gek op de snelweg naar huis met zo’n frummel in de maxicosi. Doe je wel voorzichtig? En ‘Kijk uit!’ roep ik steeds.

We wensten de zwangerschap te voldragen, we wensten een vacuüm loze bevalling, een spoedige ontsluiting en we wensten ons meisje in onze armen. Al onze wensen zijn verhoord en wat zijn wij gelukkig.

Nu zit ik in mijn kraamweek; genieten, verwend worden, maar ook hectiek. Verloskundigen, wijkverpleegkundigen, het eerste bezoek, Nova die zich transformeert in stuiterbal en haar zusje aan ‘tikt’ (lees; een por geeft) en roept ‘tikkie!,  jij bent hem’.

Vandaag om 14.00 uur precies een week geleden mocht ik nieuw leven schenken, mijn gezin compleet maken, een boek dicht doen, en een nieuw ‘ongeschreven’ boek openen. Een boek wat inmiddels een week later al niet meer ongeschreven is, maar rijk is aan mooie momenten, met zijn vieren!. Uit liefde niets dan liefs.

Tussen hoop en emotie…

22 Feb

Heen en weer geslingerd worden tussen hoop en wanhoop, blijdschap en emotie. Een zwangerschap volgens het boekje is dit allesbehalve. Wat hebben wij veel diagnoses en adviezen gehoord. Wat hebben wij veel verschillende gezichten gezien. Dokters, coassistenten, verpleegkundigen, Truusjes, Anitas, Anne-fleurs, Pieter-Hendriks, Sjakies en Sjonnies. Kundig, kortaf, wel een ‘klik’, of juist géén ‘klik’…

Diagnoses van; ‘je bevalt binnen één week’, tot ‘je vliezen zijn gebroken’ en; ‘je vliezen zijn toch niet gebroken’. Met als klap op de vuurpijl; ‘Volgende week heb jij je kindje in je armen, we gaan je inleiden’, tot ‘we gaan je helemaal niet inleiden’….

Als je denkt met 26 weken ieder moment te kunnen gaan bevallen, stel je, je daar op in. Je bevallingsvoelsprieten staan op scherp. Alhoewel je elke week blij bent dat er weer een week bij is, leef je in constante onzekerheid. Welke nog eens versterkt wordt door aanhoudende, weliswaar ‘niet effectieve’, maar pijnlijke weeën. Je krijgt een soort overlevingsmodus over je heen, waardoor je jezelf wegcijfert, ten behoeve van het nieuwe ‘te verwachte’ leven. Genen van jou en je geliefde, het toekomstige zusje van je prachtige dochter. Je wil zo graag je gezin compleet maken en hebt daar alles voor over, jouw pijn is niet belangrijk. Jouw lichaam in staat van een ander.

In blijde verwachting zijn, maakt plaats voor; ‘in verwachting’ zijn, wat weer plaats maakt voor  ‘verwachten’, en verwachten maakt plaats voor enkel en alleen ‘wachten’…

Je leeft elke seconde toe naar het moment dat je kleinste meisje mág komen.. , en geloof me als jijzelf inclusief de medici verwachten dat je met 26 weken bevalt, is de dag dat je de 34 weken- grens bereikt, het ondenkbare, de hemel, de gouden medaille, een overwinning op jezelf, de kers op de taart.

Je mag weer ‘mobiliseren’ na weken bedrust en kan doen wat iedere zwangere doet. ‘Keutelen’, ‘tutten’, ‘freubelen’, het zwangere kippetje uithangen, babykleertjes wassen en nestelen tot je een ons weegt. Jouw gevoelens die je wekenlang hebt weggestopt ten behoeve van dat, maar al te kleine, maar o zo eigenwijze, meisje in je buik, dwarrelen weer langzaam boven, vermoeidheid, verdriet, vreugde en spanning.

Alhoewel elke vezel in je lijf constant gespitst is op voortekenen van de bevalling, en de baby zich nu toch echt elk moment kan aandienen, ben je verbaasd dat het ‘rustig’  blijft aan het ‘beneden front’. Oké je hebt buikpijnen die voelen als weeën maar zelfs die wennen, en je begint ze steeds minder serieus te nemen. Je snelt regelmatig met gierende banden richting de verloskamers, maar stiekem geloof  je zelf steeds minder in verlossing. Zelfs als verloskundigen zeggen: ‘Maar mevrouw u bent aan het bevallen’, weet jij inmiddels beter, verlossing blijft uit, nog even dan…

Als  z.g.n. sedatie onontkoombaar is, en in eerste instantie een goede optie lijkt, blijkt na vijf keer platgespoten te zijn het effect nihil. Brakker dan brak en nog compleet van de wereld strompel je s’ ochtends na een nacht ‘chemische rust’ in een ziekenhuisbed  je eigen (inmiddels op klossen en voorzien van knisperend en zwetend bed-zeil) bed in, je hart slaat 200 beats per minuut, je handen trillen als een opa met parkinson. Dit moet hét gevoel zijn na een avond jezelf vrijwillig volstoppen met geestverruimende chemische troep, dat kan niet anders. Brakheid, ellende en vaagheid ten top en de ‘uitgerustheid’ ver te zoeken.

Langzaam verandert je mindset meer en meer, en ben je meer klaar voor een bevalling als ooit te voren.  Je bent er stiekem klaar mee en durft het zelfs uit te spreken. Je wil geen sedatie meer, geen onderzoeken ‘down-under’ zonder bevalling. Coassistentje hier en doktertje prik daar…

Als dan vorige week de verlossende woorden van de arts tegenover je zijn. ‘We gaan inleiden’, ben je oprecht blij en opgelucht. De finish is in zicht, doorpakken met die handel, it giet oan, een klein lichtpuntje aan de horizon die mijlen ver weg leek.

Omdat bij mij altijd dingen alles behalve ‘volgens het boekje’ verlopen, zit ik afgelopen maandag (de dag dat we dé datum te horen krijgen van de inleiding) enigszins nerveus in de wachtruimte. Om even later compleet in paniek en emotioneel incontinent te zijn tegenover dienstdoende gynaecoloog (in opleiding). Een ander gezicht als vorige week, iemand die me koeltjes meedeelt dat de inleiding niét doorgaat, want ze is het simpelweg niet met haar collega eens. Ze overlegt op ons verzoek nog met de gynaecoloog maar die geeft géén akkoord. Donder en bliksem, de grond onder je voeten waar je langzaam in weg zakt. Wéér wordt je mentaal heen en weer geslingerd alsof het niets is.

Alhoewel de dame in kwestie te doen heeft met ‘mijn situatie’, en begripvol tissues aanreikt, legt ze uit dat ze opdracht hebben gekregen om de norm voor inleidingen aan te scherpen en minder inleidingen te laten plaatsvinden. Onderzoeken hebben aangewezen dat er grotere kans is op keizersnedes. Er wordt dus naar statistieken en targets gekeken in plaats van naar mensen.

Moet je, je voorstellen dat je dat weekend net het laatste weekend met zijn drieën gevierd hebt met een etentje, je mentaal helemaal voorbereid hebt op wat komen gaat… Dan breken toch alle klompen in je nabije omgeving?? Schiet mij maar lek, for real!

Wordt er ook nog even doodleuk gezegd: ‘We sturen je natuurlijk niet met een kluitje in het riet’, Je krijgt van ons (tromgeroffel..) voor de hele week slaappillen mee en kan je, wanneer je maar wilt,  melden voor sedatie, één telefoontje en je krijgt een nachtje slaap in de vorm van de inmiddels bekende prik.

Mijn haren schieten recht overeind en ik barst in snikken uit. “ik wil geen slaappillen’, ‘ik wil geen prikken meer’, ik wil mijn kindje….

… en dat kindje gaat er komen. De volgende dag besluit ik dat ik een ‘second opinion’ wil. Vraag me niet waarom, maar iets in me zegt dat ik dat moet doen. Ik kies voor het ziekenhuis waar ik met Nova bevallen ben. Ze kennen daar mijn voorgeschiedenis omtrent die, allesbehalve makkelijke, bevalling.

Met zweet handjes komen we aan in het Alnatal in Nieuwegein en schudden we de gynaecoloog onze enigszins kleffe handen. Een vriendelijk man, voor het eerst in al die weken  zien we een échte gynaecoloog, in levende lijve, we voelen ons bijna vereerd, als een met uitsterven bedreigd soort. Hij is allesbehalve gehaast en zit er voor ons, luistert naar ‘ons verhaal’.  Als hij naar ‘Nova’ vraagt en begint over de helse bevalling en spildraai complicatie, wekt hij gelijk vertrouwen. De beste man is nog voorbereid ook!

We doen ons verhaal en hij meldt zijn verdere oordeel te vellen op basis van een inwendig onderzoek en een echo. Tot onze verbazing is  hij er, met de gegevens van mijn vorige bevalling, helemaal geen voorstander van me te lang door te laten lopen. Ik heb een grotere kans op een keizersnede i.v.m. de eerdere complicaties bij Nova, en zeker meer kans op een zware bevalling i.v.m. het niet indalen en verhoogd risico op een sterrenkijker. Hij neemt alle tijd en stelt voor as. maandag een vervolg afspraak te maken om te beoordelen of ik snel ingeleid kan worden.

Als we bij de balie staan om de afspraak in te plannen, worden we terug geroepen. Of we weer even plaats willen nemen in zijn spreekkamer. Hij vraagt of we ons maandag ochtend om 8 uur kunnen melden, én wel op de verloskamers. “Reken er maar op dat we als het even kan gelijk gaan doorpakken, neem je ziekenhuistas maar mee”

Er verschijnt een grijns op mijn gezicht die ik er niet meer af krijg, de achtbaan van emoties gaat vrolijk verder, loopings en kurkentrekkers waar je u tegen zegt, kriebels in mijn buik, en een zucht der opluchting bij Sijbrand, giet ’t dan toch oan???

We kunnen onze oren niet geloven, kijken elkaar aan en fluisteren tegelijk:  ‘maandag ochtend 8 uur’….