Archief | AL MIJN BLOGS: RSS feed for this section

KINDERCOACHING| Leren kan je leren.

25 Jan

Enige tijd geleden heb ik jullie verteld over mijn opleiding tot kindercoach. Ondertussen zijn er allemaal leuke en spannende ontwikkelingen die ik met jullie wil delen. Het einde van mijn opleiding nadert en ik ben zo enthousiast geworden, en gemotiveerd door docenten en collega’s, dat de start van mijn eigen praktijk “De wereld van JIJ’ binnenkort een feit is. Ik zal naast de zorg voor onze lieve meisjes, een aantal uren per week gaan besteden aan dat, waar ik heel blij van word. Iets moois in gang zetten bij kinderen en jongeren.  Aan mijn website en logo wordt momenteel (heel) hard gewerkt. http://www.dewereldvanjij.nl Uiteraard hou ik jullie hiervan op de hoogte 😉

De wereld van JIJ, gaat individuele coaching aanbieden voor kinderen, en jongeren. Dit ga ik doen op school,buiten in de natuur en bij mij thuis. Ook zal ik trainingen gaan geven op diverse locaties. Ik zal de focus gaan leggen op talenten en kwaliteiten. Mijn doel is een kind zo snel mogelijk weer op weg te helpen zodat het zich zorgeloos verder kan ontwikkelen. Meer hierover lees je binnenkort op mijn website.

“Iedereen heeft kwaliteiten, en hoe mooi is het als je die op tijd ontdekt, en er je voordeel mee doet. Zodat jij kan zijn wie je bent. Jezelf.”

Naast mijn certificering om de methode POP- talk in te zetten, en de training ‘Ik leer leren’ aan te bieden, heb ik kortgeleden een mooie masterclass gevolgd over de ontwikkelingsfase van 9 jarigen. Een belangrijke leeftijdsfase, waarin IK-ontwikkeling op de voorgrond staat.

Stage:

Vanaf morgen ga ik Ingrid Landmeter, collega kindercoach http://www.ruimtevoorik.nl, ondersteunen als kindercoach (in opleiding) op een school, en individueel met kinderen aan de slag. Hoe leuk is dat?!

Omdat ik natuurlijk niet voor niets gecertificeerd trainer voor het  ‘Ik leer leren’ programma ben,  staat de eerste echte  training inmiddels gepland. Yes!  Samen met Ingrid Landmeter zal ik met heel veel enthousiasme deze mooie training gaan aanbieden in Maarssen. Hieronder zal ik je uitleggen wat de training inhoudt, en voor wie deze interessant is. Aanmeldingen zijn natuurlijk meer dan welkom. Binnenkort alles hierover op mijn website, maar wil je vast zeker zijn van een plekje of ken je iemand? Bel of mail gerust voor meer informatie, enne.. spread the news!

Tot snel! Liefs, Tessa

Hoe leer je nu eigenlijk, en wat werkt voor jou? ‘Ik leer, leren’ biedt uitkomst.

Ontdek hoe jij het makkelijkst leert! Een leuke leerzame training voor kinderen in groep 7, groep 8, de brugklas of het middelbaar onderwijs. Bij deze training ligt de nadruk niet op de inhoud maar op ‘hoe leer ik’. Deze training geeft kinderen slimme handvatten voor makkelijker en efficiënter leren.

Wat gaan we leren?

  • Leerstijl: Wat is je talent en hoe zet je dit effectief in
  • Leerstrategie: Wat is een slimme aanpak voor leerwerk, maakwerk en rekenwerk
  • Faalangst: Hoe ga je om met spanning en stress
  • Concentratie: Hoe houd je je bij de les en hoe houd je het vol
  • Motivatie: Wat doe je met ‘geen zin’ en saaie lessen
  • Plannen en organiseren van huiswerk, taakopdrachten en vrije tijd
  • Evalueren: Hoe pak je je zaken aan en hoe kan het beter
  • en natuurlijk heel veel tips, weetjes, testen en oefeningen

Meer plezier in leren? Dat kan! Enkele reacties:

  • “Ze schiet niet meer in de stress bij toetsen, maar blijft kalm”
  • “Hij leert nu met meer plezier en het kost hem minder tijd’
  • “Het goed plannen van huiswerk schept zoveel rust”
  • “Hij heeft meer zelfvertrouwen omdat hij zijn eigen weg in het leren heeft gevonden”

Kosten
De training wordt gegeven in een groep en bestaat uit 5 lessen van 1,5 uur.
De training kost €150,00 incl. btw per deelnemer. Dit bedrag is exclusief de kosten van het werkboek (€32,50)

Waar en Wanneer?
De training vindt plaats op de Langegracht 45 in Maarssen (De Draak)

  • Groep 1: Maandagmiddag 13 maart, 20 maart, 27 maart, 3 april, 10 april ( 16.00 u tot 17.30)
  • Groep 2: Dinsdagmiddag 14 maart, 21 maart, 28 maart, 4 april, 11 april (16.00 u tot 17.30)

Aanmelden: info@dewereldvanjij.nl /0619999096

gecertificeerdtrainerikleerlereneensnelwegnaarleren

Ps: Zodra mijn site online is kunnen jullie mijn naam ook terug vinden op de ‘ik leer leren’ website.

PERSOONLIJK| Als ik later groot ben..

15 Dec

Hier veranderen de toekomstige beroepen van mijn kroost regelmatig. Prinses, juf, giraffenverzorger, zeemeermin ,bakker, moeder, ballerina. Er passeren hier heel wat beroepen de revue…

Ikzelf wist het nooit. Ik werd van alles. Van Ski – lerares in Oostenrijk en duikschool medewerker in Bonaire, tot recruiter, verhuurmakelaar en officemanager. Ik vond het overal leuk. Ik bedoel; bijna overal. Een echte roeping heb ik nooit gehad, of eigenlijk,…. dat dacht ik altijd.

Soms zijn mensen zo druk met wat ze willen worden dat ze vergeten wie ze al zijn. Er is in ieder geval één ding dat voor mij dat echt oprecht voelt als een roeping, en dat ben ik al. I’m a mom!

Niet dat ik als een soort moederkloek, terwijl de soep pruttelt met een eeuwige glimlach de strijk sta weg te werken (okee, soms dan). Laten we eerlijk zijn, strijken is niet mijn lievelings. Het huilen staat me ook wel eens nader dan het lachen.

Als de stront (sorry) je hier om de oren vliegt, bijvoorbeeld. De snottebellen aan de vers gewassen mouwen zitten. De meiden hier gillen en een legertje gillende keukenmeiden er niets bij is, of als de onderbroeken alweer zomaar op zijn. Als er een beker melk over een kind om gaat (5 minuten voor vertrek), een pak hagelslag op zijn kop de kamer door gesleept wordt, of gewoon als ik door de bergen was het eind niet meer zie (geen uitzondering).

Toch hou ik ervan. Ik vlieg (soms inclusief snot op mijn schouder) van hot naar her. Speelafspraakjes, sportclubjes, zwemlessen en meer van die dingen. Met Kate op mijn arm, in de auto, wagen, fiets, of een combinatie van beide, taxi ik de dames overal heen. Of ik wandel van school naar huis en voel me net moeder éénd met Kate in de wagen en 4 kindjes achter me aan hobbelend, want dan zijn er speeldates, je weet toch…

Tussendoor probeer ik de planning en roosters voor de winkels op orde te houden, wat personeelszaken te doen, de OR te ondersteunen op school, de koelkast gevuld te houden, het eten niet te laten aanbranden (lukt best vaak), cadeautjes te kopen voor kinderfeestjes, de kinderen met schone onderbroek en gekamde haren naar school te laten gaan (lukt meestal), een gezinsplanner bij te houden met studiedagen, verkleedmiddagen, kerstdiners, juffendagen, en meer van die school- dingen.

Op woensdag avond en zaterdag ochtend ontvangen we onze trouwe huisvriend Roy, met zijn grapjes over gebakken spinnenpoten en bakkies hartklep. De meiden lachen het allerhardst om zijn grapjes.

Dan is er nog zoiets als sport (pilates, baby), huiswerk opdrachtjes van Nova, en natuurlijk heel veel gezelligheid met alle lieve mensen om ons heen. Cheers tot he happy chaos!

NEWS!

Niet dat er heel veel tijd over is, maar er is iets nieuws.  En ik vind het tijd dit met jullie te delen.

Ik zal er geen doekjes om winden, en nee ik ben niet wéér zwanger. Tessa zit weer met haar neus in de boeken. Helemaal vrijwillig, en met heel veel plezier. Ach, ik geloof wel een beetje in voorbestemd, en alles op zijn tijd, en ik kan je vertellen. Dit voelt oprecht als mijn tijd.

Ik volg een opleiding tot kindercoach. Al een tijdje heb ik dit bewust een beetje stil gehouden. Eerst wilde ik 100% zeker zijn dat dit echt mijn ding is. Dat ik er toekomst in zie, dat ik er blij van word. Het antwoord op alle drie is ja, en dus mag het de wereld in.

Ik heb nog even getwijfeld om meer de therapie kant uit te gaan (integratieve therapie), maar coaching spreekt me meer aan. Dit vanwege het opbouwende karakter,  en de praktische (oplossingsgerichte) insteek. Dat past bij me.

Maar wat doet een kindercoach?

Een kindercoach werkt (op school, of vanuit een praktijk) met kinderen die op een bepaald vlak wat extra ondersteuning kunnen gebruiken, een steuntje in de rug. Vaak zijn een paar gesprekken, of een specifieke training, al een wereld van verschil. Hierbij kan je denken aan:  omgaan met boosheid, pesten, scheiden van ouders, verlies van een dierbare, faalangst, onzekerheid, leerproblemen, etc.

Mijn drijfveer is het kijken naar de mogelijkheden van een kind en in mindere mate naar de beperkingen. Dus echt de behoefte van het kind centraal stellen en samen te kijken naar de aanwezige hulpbronnen. Wat zijn je talenten? Wat gaat er allemaal al goed?  En hoe kunnen we dat inzetten om te helpen?

Let’s do it. En dus heb ik mijn pad uitgestippeld, een start gemaakt en stapels studieboeken verslonden. Nog nooit heb ik leren zo leuk gevonden. Ik krijg er zoveel energie van. Binnen dit brede vakgebied ben ik me aan het specialiseren in diverse richtingen.

Inmiddels ben ik gecertificeerd trainer: “Ik leer leren”,  (oktober 2016). De ‘ik leer leren’ training, leert kinderen omgaan met concentratieproblemen, faalangst, leerproblemen, motivatie en organisatie. Individueel of in groepjes onderzoeken we wat de leerstijl van het kind is, wat werkt niet, en wat werkt wel? Ook beelddenkende , visueel ingestelde, of hoogbegaafde kinderen hebben zeer veel baat bij deze training.

Afgelopen week heb ik mijn Pop – talk certificaat behaald. Dit is een methode die communicatie in beeld brengt d.m.v. poppetjes (duplo , playmobile etc). Deze methode brengt de belevingswereld van kinderen in beeld, en geeft hun werkelijkheid weer. Wat een mooie manier om in gesprek te gaan met een kind. Beelden zeggen zoveel meer dan woorden.

Mijn enthousiasme voor het vak groeit elke dag, en in april rond ik de (basis)opleiding tot kindercoach af.

Stap voor stap zal ik mijn richting verder bepalen, mijn stijl van coachen verder uitdiepen en trainingen volgen die passen bij de manier waarop ik wil werken. Mijn volgende specialisatie zal hoogstwaarschijnlijk zijn in de richting van weerbaarheid (Methode B).

Verder heb ik interesse voor verdere verdieping op het vlak van: de matrix methode (trauma), Kinderen in echtscheidingssituaties, rouwverwerking en het volgen van aanvullende opleidingen op het vlak van voeding, mindfulness en yoga.

De ‘ik leer leren’ training mag ik inmiddels aanbieden, maar uiteindelijk wil ik op een breder vlak kinderen kunnen coachen. Hier zal ik jullie op de hoogte houden van de ontwikkelingen richting mijn doel. Aan het werk gaan als kindercoach. Zal ik dan eindelijk mijn roeping gevonden hebben?

‘Het mooiste dat je kunt worden, is jezelf’.

Ik heb er heel veel zin in (understatement).

Tot snel.

Groetjes,

Tessa

deec3b9464f79f168d1a89f16c9c29d6

PERSOONLIJK| IN VORM| FITTE – MOMMY TO BE..

10 Feb

Het is weer aan. Met mijn vriend. Meestal is het uit. Soms wakkert de liefde weer aan. Nu is het weer aan. Voor hoe lang weet niemand. We hebben een soort haat – liefde verhouding. We kunnen niet mét, en niet zonder elkaar. Als het aan is, is het meestal dikke mik. Tot ik hem weer uit het oog verlies, verban en nooit meer wil zien. Meestal is dát ook waar het stuk loopt. De relatie.

Met goede hoop gaat deze ‘moeke’  er iedere ochtend weer op staan, op die vriend van me. 64 kilo geeft hij aan. Vasthoudend is hij ook…die weegschaal.

Mag het ook een onsje minder zijn misschien?

Braaf ben ik. Bloed, zweet en tranen stop ik erin. Shake’s van spinazie of boerenkool, kilo’s lijnzaad. Minder koolhydraten. Ik heb zelfs gebroken met mijn zwarte vriendje. Die was er altijd. Soms zelfs verstopt in mijn nachtkastje. Troostvoer. Pure chocolade. En dan ‘hopsakee’ in de hete thee ermee.

Rechtstreeks op mijn heupen vliegen die repen. Als ik er al naar kijk kom ik een kilo aan.

En dan die bloedjes van kinderen van me. ‘Mammie, moet je eens proeven hoe lekker dit taartje is..” , “Mammie, zullen we koekjes bakken?” En ik ben de beroerdste niet, dat snap je he…. Maar die billen. Om over mijn buik nog maar te zwijgen.

Als ik hijgend en puffend bij school sta kort geleden, gaat de knop om. Mijn haar zit door de war, en er zit een hard stuk in. Als ik me afvraag of het snot van één van de minimensjes is realiseer ik me dat er  spuug van Kate op mijn trui zit. Daar sta ik dan. Een heuse moeke. Met mogelijke snot in mijn haar, en spuug op mijn trui.

Ik ben alleen maar aan het rennen en vliegen. Ik ben druk. Luiers, flesjes, sportclubjes, speelafspraken, een beetje werken, boodschappen, wasmanden, en s’avonds ben ik moe. Time for a change!

De zomer lonkt. De rosé en de stranden wachten op me. Zwoele zomeravonden hebben me gemist, en het duurt niet lang voor de bikini’s in de rekken naar me roepen. (Antwerpen here I come..)

Niet lullen maar poetsen:

Met zeuren kom je natuurlijk nergens. Dus tijd voor actie!  Ja,… ik ben drie maanden geleden opnieuw moeder geworden. I know. Alles op zijn tijd. Toch ben ik iets te zwaar. Vroeger was ik dun. Mooi dun. Tot de zwangerschappen me wat loshangend vel en kilo’s cadeau gaven. Ik kan het erbij laten zitten. Dat zou kunnen…

Maar we gaan ervoor. Ik wil me vooral weer fit voelen, en s’avonds energie over hebben. Wind tegen op de fiets. Kilo’s aan boodschappen zonder moeite de auto in en uit tillen. Mijn hand niet omdraaien, voor die overvolle wasmanden, die naar zolder moeten. Ik wil weer sterk zijn, en kracht hebben.

“Je moet niet lullen maar poetsen” zei mijn moeder vroeger. Dus tijd om te hakken met het bijltje dat ‘sporten’ heet.

 Bootcamp:

Ik heb iemand nodig die me een beetje pusht. Dus is Bootcamp het antwoord. Met Pim. Pim. Dat klinkt natuurlijk best lief, en schattig. “Pim”. Mijn kinderen hebben hem omgedoopt tot ‘meester Pim’. Dat past best goed bij hem. Best streng is hij (soms) ook. Die (meester) Pim. Pim is mijn stok. Achter de deur.

Het woord alleen al klinkt best huiveringwekkend. “Bootcamp”. Omdat het leven pas begint daar waar je comfort zone eindigt, heb ik me eraan gewaagd. Samen met wat andere dames. Die waren zo gevonden.

Hoe het is? Dat Bootcampen? Los van het feit dat ik na mijn eerste les een takelwagen nodig had om me de trap op te krijgen, is het leuk. Stiekem hartstikke leuk, en heerlijk in de buitenlucht. Een aanrader die bootcamp, en Pim ook!

Holy crap. Nooit geweten dat ik zoveel spieren in mijn lijf heb. Nooit geweten dat een mens zoveel spierpijn kan hebben. Confronterend, dat is het wel. Niet zelden voel ik me tijdens de training een slappe vaatdoek.

Dus lever ik me de maandagen trouw over. Aan weer, wind, en Pim. We doen van alles, wij dames. Manoeuvreren ons in posities of doen oefeningen waar ik nooit eerder van gehoord heb. We doen bijvoorbeeld burpies. Dat woord alleen al…

Ook probeer ik iets te doen wat op opdrukken lijkt. Alle mensen wat een verschrikking. Dat is dus echt een no go voor mij he… Ik lijk ‘kreupele Harry’ wel… “Kom op Tess! ” roept Pim dan. Of: “Ontbreekt het aan wilskracht of aan skills – kracht”. Dan zou ik hem soms wel even een ferme rechtse willen verkopen, die Pim.  Dan denk ik; moet jij eens even één minuut voelen hoe ik me voel, met een lijf dat gewoon niet meewerkt…

Ja, die heeft het goed bekeken die Pim. Een beetje die dames pesten. Met kikkersprongen en andere flatteuze moves. (Dikke) billen kijken.

Beloning:

Omdat hard werken beloond mag worden, drink  ik in het weekend graag zo’n heerlijke Witte. Nee… doordeweeks doen we gezond. Met zo’n heerlijke fruitige Sauvignon Blanc in gedachten, of een lekker vet frietje mét, komen we de week wel door.

In het weekend even geen weegschaal, even geen Pim. En opeens. Alsof je met je ogen knippert is daar dan weer die maandag. Genadeloos en snel. Dan is daar weer die training. Dan is daar weer Pim.

Ik ben blij met hem. Met meester Pim. Hij heeft verstand van zaken, blessures,….. en als ik maandag ochtend wakker wordt dan heb ik er toch stiekem steeds meer zin in. In Bootcampen. Met Pim. En de andere moekes, euh ik bedoel natuurlijk dames…

Fitte mommy to be!

Dus. Ik kom er aan. Tess, back in shape. Weer fit, en lekker in haar vel.  Ik heb nog een lange weg te gaan, en misschien wil ik wel een beetje (boel) te snel.

Voor mijn gevoel sta ik 10-0 achter. Na pittige zwangerschappen, met bedrust, miskramen, narcoses, en een kaakoperatie waarna ik een jaar niet intensief mocht sporten. Om over mijn bevallingen en bergen medicijnen maar te zwijgen.

Maar, u bent gewaarschuwd Deze moeke, wordt weer een fitte mama… Althans, ze wil niets liever…

Tot gauw!!

XOXO

 

 

 

 

PERSOONLIJK| ZWANGERSCHAP EN BEVALLING | EN ZE LEEFDEN NOG LANG EN GELUKKIG….

6 Feb

Liefste Kate, DEEL #3

 

Mijn ogen moeten wennen aan het licht. Twee witte jassen. Serieuze blikken. Ik knipper met mijn ogen, huil en roep. Is ze dood? Hoe ik me voel is niet te omschrijven. Een wrak, lichamelijk en emotioneel. Dat komt nog het meest in de buurt.

“Nee mevrouw….”De arts praat langzaam. “We denken dat uw kind mogelijk een syndroom heeft. Sijbrand trekt wit weg, en ik vraag: ‘Welk syndroom?’.  “Down syndroom, kent u dat”, zegt de arts. Ik kan haar wel door elkaar rammelen, die arts. Ze doet echt of we uit een ei komen.  Kent u dat? Meende ze dat serieus? Dat we er niet op ons best bij zitten mag wel duidelijk zijn. Maar hallo!?….. Net bevallen.  Twee nachten lang geen seconde geslapen. Bont, blauw en gehecht. Ons meisje moeten overleveren aan artsen. What ’s next?

“Er is een verdenking op downsyndroom, herhaalt ze”  Een paar uur oud ben je, en nu al verdenken ze je ergens van. Het woord ‘verdenken’, roept associaties op met verdenking van diefstal of criminele activiteiten. Gut. Een paar uur oud en nu al ben je verdacht.

De stukken daarna mis ik. Vlagen ervan komen af en toe nog voorbij. Sijbrand kan geen woord uitbrengen. Hij is verslagen. Zo heb ik hem in al die jaren nog nooit gezien.

Ik hoor mezelf vragen op basis waarvan er een ‘verdenking’ is. Op basis van slapheid, vertelt de arts me. We moeten drie dagen wachten op de uitslag. Verder herinner ik me niets. Sijbrand wordt boos, en verdrietig, hij breekt, ik breek. Ik wil hem troosten maar kan niet uit bed. Hij komt naast me op bed zitten en we houden elkaar vast. We huilen. Dit kan niet waar zijn.

Dag roze wolk. Hallo boze droom. De rest van de nacht en de dag erna kan ik alleen maar huilen. Mijn ogen zijn zo dik, dat ik ze amper open kan houden. Ze zijn rood en doen zeer. Mijn tranen raken niet op. Na de bevalling heb ik niet geslapen, en was er dubbel slecht nieuws. 48 uur lang  emotionele en lichamelijke topsport…

De dagen daarna begint alles te landen. Onze grootste zorg is jouw herstel.  Jij vecht voor je leven. Soms is er een terugslag. Na 2 dagen ga je stapjes vooruit maken. De antibiotica lijkt aan te slaan, wat wijst in de richting van een infectie. Je ligt aan de CPAP, maar doet het steeds beter.

Je knapt op. Als een donkere wolk komt af en toe het ‘mogelijke down-syndroom’ bij ons boven drijven. Ik wil het niet, maar kijk of ik iets aan je zie wat past bij downsyndroom. En daar wordt ik dan vervolgens weer verdrietig van. Ik wil je niet beoordelen. Wat de uitslag ook mag zijn. Wij redden het.

In de gedachte dat kindjes hun ouders uitzoeken, vinden we rust. We houden van je, je hoort bij ons, en de liefde stroomt elke keer dat we je zien. Down of niet. We vinden onze weg. Jij hoort bij ons. Dat de weg er anders uit gaat zien met de diagnose ‘down’, en dat er medische aspecten bij komen kijken, maakt dat we natuurlijk hopen op goed nieuws.

Een week lang leven we in onzekerheid. We slapen amper. We vieren jouw geboorte. We zijn bezorgd over je gezondheid. We lachen om je schattige haartjes, en lieve neusje. We geven je kusjes. We kijken naar je oogjes. Zien wij iets aan je? Is je pink krom? Staat je teen af? Is je nekplooi dik? Alles wat we zien is een prachtig meisje. Klein en sterk. Niet meer. Niet minder. Ons gevoel diep van binnen schreeuwt dat het niet waar is, maar de onzekerheid is killing.

2015-10-29 16.01.31

Ikzelf negeer dat ik moet herstellen.  Ik zit bij jou, ik kolf, of ik probeer te slapen. Het irriteert me dat ik nog niet mobiel genoeg ben om naar je toe te lopen. De rolstoel moet me brengen. Ik negeer het. Gewoon doorgaan. Ik moet er voor je zijn. Je moet mijn stem horen. Ik wil alles meemaken. Toch krijg ik wat klachten. Ik ben zo ontzettend duizelig dat het bijna eng is om rechtop te zitten.  Weer die flitsen in mijn hoofd. Mijn rug doet zeer, en mijn buik ook.  Als de gynaecoloog langs komt breek ik. Stoppen met huilen lukt niet meer. Ik krijg diclofenac tegen de pijn in mijn rug en buik. Voor de nacht krijg ik temazepam. Dat is mijn overlevingscocktail.

Je zussen worden voorbeid op alle slangetjes en beademing. Wat een intens moment beleven we als ze jou voor het eerst zien. Zo anders dan gepland. Maar zo puur. Wat zijn ze trots. Ze stralen als ze jou zien. Jij hoort bij ons, en wij bij jou. ‘Mama, ik ben zo blij met Kate,.. dat ik van binnen moet lachen’ zegt Nova. Jouw zussen zoeken een knuffel voor je uit in de ziekenhuis- winkel. Deze komt in jouw wiegje.

Het verbaast ons hoe nuchter kinderen zijn. “Vind je de slangetjes eng?” Vragen we aan Nova. “Ik vind het helemaal niet eng, Ik vind Kate alleen maar super mooi” antwoord Nova.

Als we met zijn vijven zijn, vergeten we  alle zorgen even. We bekijken jou door de ogen van jouw zussen, en laten ons mee voeren in hun wereld. We lachen om jouw snorkel, zoals ze de beademing noemen. We tellen vingertjes en teentjes, en genieten in het kwadraat.

2015-10-31 14.19.49

Wat zijn we trots. Je CPAP gaat af, deze maakt plaats voor een flowsnor. We buidelen voorzichtig voor het eerst, en wat ruik je lekker, lieve Kate…Ik wil je nooit meer loslaten.

Jouw huid op mijn huid. Wat is geluk toch simpel. Wat is geluk toch klein. Eerst waren simpele aanrakingen voor jou al te veel, en nu lig je op mijn borst. Wat heb ik dat gemist. Mijn lichaam schreeuwde om jou bij mij.  9 maanden heb ik je bij me gedragen, je werd geboren en toen was daar die opname en onzekerheid.  Slangen, toeters , bellen, medicatie, een sonde, maar nu was daar hét moment. Ons moment.

2015-10-30 15.39.27

Je bent breekbaar, het leven is breekbaar. Wij gaan het redden, ik voel het. De tranen stromen , en wilde dat ik het moment kon bevriezen. Blijf bij ons lieve Kate. We laten je nooit meer gaan.

Op een middag komt de verpleegkundige binnenlopen. Ze hebben mij positief getest op GBS. Dat is een streptokok B. Veel vrouwen dragen dat bij zich. Niet alle pasgeborenen worden er ziek van, maar als ze er ziek van worden is het heel ernstig en kan het zelfs een dodelijke afloop hebben.

Het klinkt gek, maar wij waren blij met de uitslag. Er was eindelijk een reden voor jouw ziek zijn gevonden. Alhoewel de uitslag bij jou niet uit de bloedkweek kwam, was voor ons 1 + 1 = 2.

Korte snelle ademhaling en benauwdheid hoort er bij het ziektebeeld. Geen wonder dat na uren kortademigheid, je slap werd.

De uitslag van de test op down liet uiteindelijk een week op zich wachten. Er gaat iets mis met de test, en ons geduld wordt enorm op de proef gesteld. Als de uitslag er is, en deze goed is, zijn we in alle staten. Als een kind zo blij. We huilen, en gillen het uit van blijdschap. Ons gevoel klopte.

Als ik terug kijk op die heftige start van jouw leven, met ons, dan blijkt maar weer hoe sterk wij zijn.

Ons gezin heeft de afgelopen jaren ondertussen voor hete vuren gestaan. Steeds weer blijken jouw papa en ik een ijzersterk team. We zijn in staat er voor elkaar te zijn, te overleven, en als een geoliede machine zijn we in staat ons overal doorheen te slaan. Bij de pakken neer zitten heeft geen zin. Het gaat er niet om wat je allemaal wel niet overkomt. Het gaat erom hoe je ermee omgaat. Daarin heb je een keuze.

Als ik terugkijk voel ik liefde. Ik voel rijkdom, ik voel kracht, en blijdschap.

Blij zijn wij. Blij dat jij bij ons mag zijn. Blij dat jij, jij bent, en blij dat wij samen wij zijn.

When love meets, magic happens…

 

2015-10-31 15.51.11


 

PERSOONLIJK | ZWANGERSCHAP EN BEVALLING | ALS ALLES ANDERS LOOPT…

24 Nov

 

Liefste Kate,

DEEL #2

Zo, dat ‘klusje’ dat bevalling heet hebben we maar mooi geklaard samen. Nog amper te bevatten, maar je bent er. Mooier dan mooi, en liever dan lief.

Aangekomen op de kraamafdeling blijf je maar kreunen, en je ademt nog steeds zo snel.  Al bijna direct na de bevalling heb ik een beklemmend gevoel. Er klopt iets niet. Iemand heeft mij ooit verteld dat kreunen bij baby’s foute boel is. Helaas blijkt mijn gevoel later de harde waarheid te worden.

Ineens weet ik het zeker. Er is iets mis. Het is foute boel. Ik raak in paniek, en druk weer op de bel. Dit maal laten we ons niet meer afschepen. Ik neem me voor net zo vaak op de bel te drukken tot ze je onderzoeken. Alles voor je kind.

Gelukkig, neemt deze verpleegkundige ons direct serieus. Ze temperatuurt. Kleed je uit. Bekijkt je aandachtig, en telt je ademhalingen. Deze blijken inmiddels op 120 per minuut zitten (normaal 60). Ik schrik als ik naar je kijk, en een verlammend gevoel stijgt op. Je armpjes bungelen langs je lijfje. Ik zie het. Papa ziet het, en de verpleegkundige is nu ook zichtbaar ongerust. Ze belt de kinderarts die er met 5 minuten is.

Vanaf dat moment lijkt het of we de hoofdrol spelen in de slechtste film ooit. Overkomt ons dit? Omdat ik mijn bed niet uit kan, gaat papa met je mee naar de afdeling neonatologie. Ik stel mezelf gerust met het idee dat je gewoon even moet bijkomen van de bevalling. Jula had dat immers ook, en was na een nachtje weer helemaal opgeknapt.

Niets blijkt minder waar. Na een kwartier staat Sijbrand naast me. Ik zal zijn witte koppie en verschrikte blik niet snel vergeten. “We moeten je nu snel meenemen,  Tess, het gaat echt heel slecht met Kate. Ze ligt aan de beademing, er staan allemaal mensen om haar bed. Ze krijgt een sonde, en infuusjes. ..”

Hoe kan dat nou? In mijn bed rijden ze me naar de afdeling waar jij ligt; de neonatologie, high care afdeling.  De rit ernaartoe kan ik me niet meer herinneren, alleen dat het verrekte koud is op de gang. Een lange gang, waar het tocht. Langs de kant staan lege wiegjes. De rest van mijn herinnering is vaag.

Ik weet alleen nog het moment dat we bij je bedje aankomen. Je vecht zichtbaar voor je leven. Elke ademhaling zien we je borstkas heel diep intrekken . De dokters zijn heel hard aan het werk om je stabiel te krijgen. Ze knijpen in een neopuff, prikken bloed, en overleggen zachtjes. Toch weerklinkt de paniek.

Mijn tranen zijn niet meer te stoppen. Mijn hoofd bonkt, en er schieten een soort flitsen door mijn hoofd. Alsof mijn lichaam probeert in slaap te vallen, na 48 uur topsport, en deze verschrikkelijke omstandigheden. Ik word duizelig maar probeer met man en macht helder te blijven.

Je moet aan de CPAP, er gaat bloed op kweek, je krijgt antibiotica. Geen voeding daarvoor ben je te zwak. Je gaat aan de CPAP. Een kapje over je neus, met een slang er aan. Het ding maakt herrie. Jij hebt deze ondersteuning bij het ademhalen hard nodig. Jouw zussen noemen het ding later snorkel. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Dan probeerden de blauwe schorten een sonde door je neus in te brengen. Het gaat mis. Je krijgt een ‘dip’ zoals ze dat noemen. 3 minuten lang trek je weg.  Ik roep, of noem het ‘gil’: “Haal dat ding er uit”.

Ik wil je beschermen. De pijn bij je wegnemen. Ik wil je bij mij. Je vasthouden, knuffelen. Aanleggen om je te voeden. Genieten zoals het hoort. Waarom maakt niemand ons wakker uit deze godvergeten nachtmerrie?

Dan komt er iemand van de kraamafdeling om ons op te halen. Ik moet slapen, en Sijbrand ook. Slapen? Waren ze gek geworden. Ons kind is doodziek…

Papa en ik houden elkaar vast. We horen de artsen zeggen dat je het echt heel zwaar hebt. Je moet er niets bij krijgen, dat kan je kleine volmaakte lijfje niet aan.  Aanrakingen zijn al te veel voor je. Morgen of misschien vannacht nog, volgt er overleg met het WKZ. Dit ivm eventuele overplaatsing naar de NICU. Dat is de Intensive Care Unit, en daar kunnen ze kunstmatig beademen.

Ik probeer alle informatie op te slaan, herhaal het in mijn hoofd. Flarden blijven hangen.

Dan word mijn bed bij je weggereden. Ik wil ze stoppen, en gillen, maar stilte is wat er volgt. Mist verschijnt. Ik word koud, boos, en voel me leeg. Denken lukte niet meer. Wat voor moeder ben ik? Slapen terwijl mijn kind kantje boord ligt?. Als ik had kunnen slaan had ik geslagen. Een beetje in het wilde weg gillen, en boos zijn. Mijn ongeloof kwijt raken. Er is alleen maar stilte.

Papa en ik kunnen het niet bevatten. We praten zachtjes en beduusd over hoe dit nou allemaal kan gebeuren. Waar ging het mis? Wat hebben we verkeerd gedaan? We doen het licht uit en proberen toch even te rusten.

En daar liggen we dan. Op onze kraam-kamer. Er staat een leeg wiegje. Er liggen luiertjes, en een aankleedkussen. Papa is er. Mama is er. Alles is er. Alleen jij niet. Tranen blijven rollen en plakken aan mijn wangen. Mijn kussen is nat. Mijn ogen doen zeer.

De roze muisjes plakken nog aan mijn benen. Wat een contrast. Van beschuit met muisjes en vreugde, naar onzekerheid en verdriet.

We willen je nooit meer loslaten, lieve Kate. Jij en ik, en papa en je zussen. Altijd samen. Nu ben jij daar, en wij hier. Bij je zijn, dat is wat we willen. Conecten. Bonden. We kennen je nog maar net, en moeten je nu al loslaten. Overleveren aan anderen.

Ik kijk op de klok. Het is inmiddels 5 uur in de ochtend. Ik probeer gedachten te bannen, mijn hoofd te legen. Ze hebben ons beloofd naar onze kamer te komen, als het niet goed met je gaat. Daar hou ik me aan vast. Ik heb het ze laten beloven. Als het mis is komen ze ons halen..

Dan word er op de deur geklopt. Paniek overvalt me. Voetstappen in onze kamer. Onze ogen moeten wennen aan het licht. Twee serieuze blikken. Witte jassen.  Dit kan maar één ding betekenen. Foute boel…….

—einde deel #2—–

PERSOONLIJK|ZWANGERSCHAP EN BEVALLING| WELKOM LIEfSTE KATE #1

17 Nov

 

Deel #1 De bevalling.

Liefste Kate,

13  november 2015. ‘Uitgerekende datum’.  Jouw zussen tellen al weken de dagen af. Op hun zelf gemaakte aftel kalender word er elke morgen door één van je zussen een kruisje gezet. “Hoeveel nachtjes nog mam?” “ Hoeveel weken nog?” “Valt de baby er al uit?”.

Al een paar nachten zit ik  s’nachts op de bank. Harde buiken, vóór-weeën, het rommelt en zakt weer af. Tot die ene nacht, dinsdag 27 oktober. Ik ging onder de douche. Ik dronk thee, beneden op de bank. Ging in bed, en weer uit bed. Sijbrand mompelde iets als: ‘Ga nou slapen schat, het kan nog weken duren’. Onzekerheid. Dat past niet bij mij. Ik ben van de planning, en de lijstjes. Tot in de puntjes. Had ik even pech. Een bevalling valt niet te plannen.

Mijn grote angst was voor niets naar het ziekenhuis gaan, met weeën die weer afzakte. Dat ging deze Tessa niet gebeuren. De kinderen moesten wakker gemaakt worden. De maxicosi en zorgvuldig gepakte vluchtkoffer in de auto. Neeee, …. Ik moest zeker weten dat het voor het ‘echie’ was.  Met een lege maxicosi heen, en een volle terug. En niet anders.

Zolang als mogelijk is, negeer ik de pijn in mijn buik. Sijbrand wordt wakker, en probeert nogmaals: ‘Lieverd, probeer te slapen, je hebt al nachten slecht geslapen’.. .. Dat lukt dus niet, de pijn gaat niet weg. Ik weet niet hoe ik moet liggen, en een beetje ijsberen voelt prettiger.  Misschien is het begonnen, maar ik wil de kinderen niet wakker maken.

‘Als de kinderen nu niet op bed zouden liggen.., zou je dan nu naar het ziekenhuis gaan?’ vraagt Sijbrand.  “Eeuuh, Ja” zeg ik.  Dan gaat het snel. We bellen het ziekenhuis, plukken de meisjes uit bed. De maxicosi en ander spul gaat de Volvo in, en off we go…

Op de verloskamers:

Drie kwartier later , snachts om 2.00 uur komen we aan op de verloskamers. Ik word aan het CTG gelegd. Er zijn weeën. Goh! De ontsluiting gaat echter gestaag. What’s new?

Jij ligt heerlijk hoog in mijn buik, zo ongeveer tegen mijn ribben aan. Geen wonder dat de ontsluiting niet vordert.

Dan realiseer ik me dat ik een bolletje boven in mijn buik voel. Mijn gevoel zegt dat je in stuit ligt. Al de hele zwangerschap heb je afwijkende liggingen, dus het verbaast me niets. Sijbrand dringt aan op een echo. Ons gevoel laat ons meestal niet in de steek.

Dan is er paniek. Je ligt inderdaad in stuit, en er zijn weeën, geen goede combi. Doktertje nr. 2 komt er aan, en heeft het over een sectio (keizersnede). Daar moeten we maar rekening mee houden. Dan komt de verloskundige op een drafje binnenlopen. “We hebben de gynaecoloog uit bed gebeld. Ze komt er nu aan, en we gaan een draaipoging doen. Als die lukt kan je gewoon natuurlijk bevallen.”

Lichte paniek stijgt bij me op. Wil ik dat wel, een draaipoging? Wat eng. Wat onnatuurlijk. Dan komt mijn eigen vertrouwde gynaecoloog binnenlopen. Wat fijn om haar te zien. Ik vertrouw haar, en besluit me over te geven.

Met veel getrek en geduw manoeuvreert ze haar handen over mijn buik.  Er word serieus veel druk gezet op mijn buik, en dit voelt echt heel onnatuurlijk. Als het mij al pijn doet, moet het jou toch ook pijn doen? denk ik.  Als ik ‘STOP!’ wil roepen, is het klusje al geklaard. De echo bevestigd het. Je ligt in hoofdligging. Klaar voor de start. Nu nog indalen, lief meisje van me.

De volgende ochtend ga ik in bad. Dat hielp de vorige keer goed, en is heerlijk ontspannen. Papa drinkt koffie, knapt wat uiltjes, en ik concentreer me op jouw komst. Hoe zal je eruit zien?

Even later besluit de gynaecoloog de vliezen te breken, en met wee opwekkers te starten. Ik vraag dan maar gelijk om een ruggenprik. Het scenario van mijn laatste bevallingen komt boven, en als ik weer in een weeën storm beland, of als het wederom nog tientallen uren duurt ga ik die prik hard nodig hebben.

De Bevalling: 

Heerlijk zeg dat lome gevoel van die prik. Mijn benen tintelen, de pijn is weg, en ik word warm van binnen. Met een grijns op mijn gezicht lig ik een beetje stoned te zijn in bed. Het infuus met weeopwekkers wordt opgevoerd. Ik voel er niets van. Ideaal.

De vordering daar benenden blijft helaas minimaal, en indalen ho, maar.  Ik eet wat. Ik app wat. We lachen wat. We bespreken nog even ons namen lijstje. We zoeken de kleertjes uit, die je straks aan krijgt.

Papa gaapt en  gaat even languit. Ik maak er een foto van en app deze naar een vriendin, met de tekst dat bevallen wel erg zwaar is voor mannen. Papa Knock Out. Die appjes stuur ik om 21.15, niet wetende dat jij er een half uur later al bent.

De ruggenprik werkt uit. De verloskundige raad mij aan de anesthesist te vragen om de medicatie voor de ruggenprik opnieuw te geven. Het kan nog wel even duren. ‘Ok, doe maar”, zeg ik. Dan moet ik ineens heel nodig plassen (denk ik).  Het lijkt wel of mijn blaas platgedrukt wordt.  Gauw voel ik aan mijn buik. Je zit niet meer bovenin.

Waar blijft die verrekte anesthesist? De pijn is ineens heel heftig. Dit ga ik inderdaad niet lang volhouden. Ik druk op de bel. “Volgens mij komt ze nu”, zeg ik. Ze moet er uit, en wel NU. “Dat lijkt me niet mevrouw. Kort geleden zat je op 4 cm ontsluiting. Je ruggenprik is uitgewerkt, dat is wat je voelt.”…

 “NEEE!!” gil ik. “Ik hou het niet meer tegen. Ze komt NU!!”. Er moet nu iemand komen. Sijbrand is inmiddels ook van zijn bedje herrezen, en krijgt door dat dit wel eens menens kan zijn.

Dan is ook de verpleegkundige een beetje zenuwachtig. Op een drafje loopt ze de gang op.  Ze komt terug, haar  pasjes zijn snel. Ze heeft iemand meegenomen. Hé, dat is niet de verloskundige die dienst heeft, merk ik op.

Niets maakt me meer uit. Al vangt de dame van de catering mijn kind op, ze moet er uit, en wel nu. Gelukkig ken ik de jonge vrouw van een eerdere controle.  Vriendelijk, vlot, en van mijn leeftijd. Ik zou serieus met haar kunnen keuvelen over de laatste mode ofzo. Gezellig typ, lijkt me.

Met grote vaart pakt ze haar spullen. Ze controleert de ontsluiting nog even, en bevestigt mijn gevoel. “Je mag persen”. Tranen volgen. Tranen van geluk. Wat een heerlijk woorden. Je bent er bijna. Wiehoeee.

Sijbrand en de verpleegkundige helpen mij mijn benen vast te houden. Ze zijn een beetje doof door de ruggenprik en dus erg zwaar om vast te houden. “Weet je nog hoe het moet?” vraagt de leuke gynaecoloog in wording. .. Ik slaak wat vage kreten uit. “Ik weet helemaal niets meer”, en “die verrekte pijn, ik hou het niet meer” , tot  “ waar blijft die f*cking anesthesist”.  Dan word ik een beetje pissig.  Tja, dat heb je dan he…

“Neem maar een grote hap lucht Tessa, op een wee mag je persen”. En dat deed ik. Ik perste wat af. Ik was even vergeten wat voor een godvergeten topsport dat is. Goeie genade wat is me dat werken, maar wat is het fijn om iets te kunnen doen met de pijn. Vooraf was ik bang dat ik angstig zou zijn. Nova kwam vast te zitten omdat ze een sterrenkijker was; met allerlei kunstgrepen tot gevolg. Jula daarentegen schoot er uit als een raket, en liet mij redelijk  ‘Total- loss’ en met heel veel litteken weefsel achter.

Bang was ik echter helemaal niet. Je moest er uit. En snel. Ik werd super gecoacht. Het voelde echt als een solide team. Het enige waar ik geen bal van begreep, was dat die gezellig ogende gynaecologe in wording steeds weg liep na een pers wee. Wat dacht ze wel niet? Ze liep naar de computer en typte of hááár leven er vanaf hing.

Wel goeie genade. Wat doet ze in godsnaam? Gaat ze even haar administratie bijwerken ofzo?? Mijn kind valt er elk moment uit.  Niet grappig hoor, dat irritante getik op de computer. Energie om er iets van te zeggen, of haar een ferme rechtste te verkopen heb ik niet. Dus ik geef me over en pers.

(Later als jij er bent legt ze me uit dat ze op die manier haar super visor op de hoogte houdt, welke later als jouw hartslag daalt, al klaar staat op de gang)

Dan hoor ik zeggen. “Haartjes!”, “Voel maar, Tessa, ze heeft heel veel haar”. Voel maar? Doe eens normaal ik ga hier niet een potje haartjes liggen voelen, en ieuuw het idee. Die haartjes voel ik later wel. Ze moet er uit. Die pijn moet weg, en snel.

Welkom liefste ‘Kate’, 28 oktober 2015, 21.43 uur:

Dan is daar ‘hét moment’. De geboorte van een kind. Ons kind. Hoe cliché ook, maar het is en blijft het mooiste, ever!  Diep ontroerd ben ik, als je mij voor de derde keer mama maakt. Roze, warm en glibberig wordt jouw prachtige lijfje op mijn buik gelegd.  Ik wil je nooit meer loslaten. Tranen. Blijdschap. Liefde, en ontlading.  Ik huil. Papa huilt. We lachen. In alle staten zijn we. Euforisch. Wat ben je mooi. Je hoort bij ons, alsof we je al jaren kennen. Ik kijk je aan, en het voelt zo vertrouwd. Was jij het nou die in mij groeide? Ja! Jij was het. Alles klopte. Geluk stroomde en trots overspoelde ons.

In de uren daarna lig je bij mij op mijn borst, je kwam, zag, en overwon, en weer zijn daar de waterlanders. Wat doe je dat goed.

Voorzichtig hebben we het over naar huis gaan, nog diezelfde nacht. Dichtbinden down-under, inpakken en wegwezen. Het duurt echter lang voordat ik gehecht ga worden. Lig je dan.  Iets met kijkdoos. Uiteindelijk is er drie man inclusief de supervisor- gynaecoloog nodig om mij te hechten. Het kan me geen moer schelen, al die ogen.  “Als jullie maar maximaal verdoven”, roep ik.

Jij, lieve Kate, jij bent wat telt. Je bent er. Je bent zo mooi. Je geur, je handjes, je haartjes, je wangen, ik voel niets dan verliefdheid. Ik stroom over.  Dat ik met mijn benen in de beugels lig, en ondertussen onder de felste lamp, ever, er drie man aandachtig mijn met spieren, draad, en anatomie bezig zijn, zal me een worst wezen.

Wij zitten op een roze wolk om er nooit meer af te komen, en al het andere is niet belangrijk.

Ondertussen vind ik je veel kreunen. Je  kreunt steeds meer.. “Maak je geen zorgen”, zegt papa…. Ik denk er het mijne van. “Geloof mij maar, dit zit niet goed”, zeg ik.

De verpleegkundige heeft het maar over vruchtwater, snelle uitdrijving, en er is wisseling van dienst.

Een onbehaaglijk gevoel bekruipt me. Je hebt pijn. Ik voel het. Het doet mij pijn. Jouw gekreun gaat door merg en been. Ik raak in paniek. Opstaan kan ik niet. Mijn benen zijn verdoofd. Ik lig daar nog in een vies bed, met een plakkerig lijf.

We drukken op de bel. De verpleegkundige steekt haar hoofd om de hoek. Ik zeg: “Ze kreunt zoveel, en ze verkleurt om haar mond”, “Ze heeft het benauwd”. ..

“Ja, ja , ik kom zo, ik ben even druk”.. Aldus het hoofd van de verpleegkundige wat twee seconden om de hoek steekt.

Ik voel me weggezet als een overbezorgde moeder, en schaam me zelfs een beetje. Toch blijft het onbehaaglijke gevoel.

Eigenlijk wilden we die nacht al naar huis, maar een combinatie van factoren maakt dat ze me adviseren een nachtje te blijven. Iets met lange bevalling, een zooitje hechtingen en verdoofde benen.

Als een prinses word ik zo’n 4 uur na de bevalling naar de kraamafdeling gereden. Jij in de ziekenhuis wieg er achter aan. Onderweg komen we de verloskundige tegen die als eerste dienst had, toen we dinsdag nacht aankwamen op de verloskamers.  Ze gaat inmiddels haar tweede dienst in. “Zo, en jij gaat nu even slapen, denk ik ”, zegt ze tegen me.

Ik straal duizend stralen, en de adrenaline giert door mijn lijf.  Slaap, denk ik. Het kan me gestolen worden. Er manifesteert zich een glimlach op mijn gezicht die er voorlopig niet meer af gaat, en toch blijft het onbestendige gevoel. Waarom blijf je zo kreunen? Ik denk aan de geruststellende woorden van de verpleegkundige. Mijn gedachten dwalen af naar mijn ander meisjes. Jouw trotse grote zussen, en kan niet wachten jou met ze te laten kennismaken. Het grote genieten kan beginnen. Of toch niet?…..

2015-11-11 09.03.28

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ZWANGERSCHAP EN BEVALLING | THANK GOD IT’S FRIDAY! | 25 WEKEN ZWANGER

31 Jul

Begin van het weekend. Tijd voor ontspanning, familytime & friends. Tijd om niets te doen, of alles te doen. Tijd voor zinnenprikkelende Sauvignon Blanc. Een bruissende koude wieckse op het terras. Biefstuk. Of sushi. Of allemaal.

Niet voor deze moederkoek. Of is het moederkloek? Ik heb een sereuze broedfunctie te vervullen. Anyway. Die wijn, bier en sushi laat ik graag voor wat het is. Die mis ik niet. Ook de filet, die ik normaliter heel graag eet, kan me gestolen worden. Easy peasy. Meestal. Op een enkel (uit eten met – voor de rest van het gezelschap- een wijnarrangement) moment na.

Ok ik dwaal af. Vrijdagen. Hij is fijn. Extra fijn voor mij. Op vrijdag ver- week ik. Althans ons lieve kleine baby mensje in mij (a.k.a. Mandarijntje, aldus Jula) wordt een buik-weekje ouder.  Verder mag er natuurlijk vooral nog helemaal niets verweken, in het bijzonder daar ‘down under’ niet. Neeee, laat die baarmoedermond voorlopig maar potdicht.

Crap the shit. Hoe gaat het Tessa?

Fijn dank u. Nee. Euuh, ja. Het is spannend. Heeul spannend. Psychisch, maar helaas ook fysiek word ik op de proef gesteld. Harde buiken. Ik weet weer helemaal hoe ze voelen. Rot dingen zijn het. Een flinke niesbui en daar zijn ze weer. Ik belande uiteindelijk met een potje pies bij de huisarts, die me door stuurde naar het ziekenhuis. De verloskamers.

Ik weigerde offcourse op dat beruchte bed te gaan liggen. Want er valt niets te verlossen. Ik ga niet bevallen. Nog lang niet althans. Urinesedimentje en twee echo’s volgden. Bij de laatste werd de cervix lengte bepaald. Dat is de lengte van je baarmoedermond. Hoe korter, hoe dichter je bij een bevalling zit. Ik begon met 20 weken op 4,7, wat een top score is, en met 23 weken scoorde ik 4,3 cm, wat eveneens mooi is. De meting nu gaf 3,4 en  3,8 aan. Prima score.  Toch ben ik alert. Mijn voelsprieten draaien overuren.

Vorige zwangerschap was kantjeboord, ik zou met 25+5 ieder moment bevallen. Mijn cervixlengte was van 4,5cm met 24 weken, gekrompen, (of zeg je ‘geslonken’)  naar 2,4cm  met 25+5 weken. Alle reden om me icm. de harde buiken direct op te nemen in het WKZ…… Dat was toen, Tess, niet nu, en alle zwangerschappen zijn anders. I know peeps. I Know.

Alhoewel ze me dan ook redelijk hebben kunnen geruststellen, (“Mevrouw neemt u wat rust, de harde buiken kunnen komen door de onrustige blaas, komt u maar direct als ze om de 5 minuten komen, en pijnlijk zijn, we moeten afwachten”), moet ik eerlijk zijn. Ik vind het freaking spannend. Urine staat op kweek, en volgende week weten we meer.

Toch overheerst behalve de spanning toch ook echt, het genieten, en vertrouwen hebben in. Positief blijven aan de ene kant, maar reëel aan de andere kant. Deze weken zijn nou eenmaal van immens groot belang voor ‘ Ms. Mandarijntje’. De kansen van een prematuur op deze termijn zijn 50/50. De kwaliteit van leven is echter heel laag. Wekelijks stijgen nu de kanssen tot 80/90% overlevingskans met 28 weken.

Dus als de gynaecoloog zegt rustig aan doen, dan doen we dat. Been there, done that, alles om opname te voorkomen.

Alhoewel we de controles deze weken met stijgende spanning tegemoet zien, proberen we dus vooral te genieten. Ik omring me met positieve mensen, mensen die me energie geven i.p.v. kosten. Laten we nou net gezegend zijn met heel veel lieve, gezellige, grappige, gekke, en te gekke mensen om ons heen. Cheers to them!

Ondanks deze spannende weken maken we er ondertussen dus gewoon het beste van, prioriteiten stellen, leuke dingen doen, maar vooral de rust bewaken, en dat betekent dus soms ‘Nee’ zeggen.

Ik geniet van de kleine , grote dingen. Mijn kanjers van meiden, en neem uitgebreid de tijd voor moederkloek- activiteiten zoals boekjes lezen, knutselen, cake bakken, of naar de kinderboerderij gaan. Ik zou er zomaar voor in de wieg gelegd kunnen zijn. Love it. Die stofzuiger wacht maar even. Ode aan de kleine dingen in het leven, en alle fijne mensen.  Mijn lieve man die wat vaker de stofzuiger pakt, mijn moeder die ons badkamertje poetst, mijn schoonmoeder die lakentjes voor de baby naait, of die lieve vriendin die er altijd voor me is (ja, jij Roos).  Ik ben, en durf, meer picky te zijn in wie / wat  mijn energie verdient en wie / wat  niet. En weet je wat ? It feels good 🙂

Vrijdag heb ik omgedoopt tot IJSJES – VRIJDAG, om de weken te vieren. Vier je mee?

Happy Friday allemaal! Cheers tot the freekin weekend! (Ik proost mee, met thee en wat (repen) chocolade)

XXX

“Surround yourself by people who make you happy”

“The happiest people don’t have the best of everything, they make the best of everything”

ZWANGERSCHAP EN BEVALLING|20 WEKEN| DIKKE BILLEN EN VERDRIET

26 Jun

‘Mama je billen worden ook een beetje dik’.  ‘Je bedoelt mijn buik???’, probeer ik voorzichtig….

‘Jahaa , mam, die ook , maar ook je billen.’  ‘Mijn billen??’ (Die m&m’s moeten ze verbieden, ik zweer het je)  Ik loop naar de gang en probeer halverwege de trap achterstevoren mijn derrière in de spiegel te bespieden. Kan ik het helpen dat die spiegel precies daar hangt. Off all places…

Terwijl Nova me schaapachtig aanstaart, gaat de bel. Ik flikker nog net niet van de trap. ‘Excuse my language’.

De postbode,…. die, oh ooooh, precies zicht heeft op mijn rare vertoning op de trap.

Nonchalant, alsof er niets gebeurd is, neem ik het pakketje aan. Krijtverf. Whoooop. Ik vergeet het billen tafereel, want hier word ik acuut blij van. Krijtverf is de BOM voor mama’s in spé, for real! Dit is wat mijn hormonen willen. (Krijt)Verven. Nestellen. Voorbereiden.

Nu al? Nee,… nu pas, zul je bedoelen. Deze mevrouw wil namelijk alles af. Schaapjes op het droge. En rapido, als het even kan.

Relaxed! Appt een vriendinnetje van me vandaag nog. Relaxed?? Ik? Euuhh…Het gaat mij niet gebeuren dat ik straks met 25 weken weer uitgeschakeld ben, en dat er nog niets voorbereid is. Neeee, Tessje is relaxed als straks alles in kannen en kruiken is. De kipjes met een gerust hart op stok kunnen.

Natuurlijk ga ik er niet van uit dat me hetzelfde overkomt als tijdens de zwangerschap van Jula. Maar toch. Dit keer laat ik liever zo min mogelijk aan het toeval over… Tessa en toeval gaan even niet zo goed samen. Iets met een legertje hormonen.

Flashbacks:

Stiekem komt die heftige zwangerschap van Jula natuurlijk regelmatig boven waaien. Ik zit nu immers op de helft. 20 weken. De echo was goed (vreugde). Toch ben ik vaak aan het rekenen. Over vier weken vanaf nu, begonnen de problemen. Buikpijn, verkorte baarmoedermond, en uiteindelijk opname in het WKZ met weeën remming, longrijping, nog meer weeën remming, diagnose gebroken vliezen, een abonnementje op de verloskamers met heel veel nachten sedatie (lekker spacen op de pethidine, YEAH!). Bijna de helft van mijn zwangerschap heb ik toen plat gelegen. Niets verven. Niets voorbereiden. Niets genieten.

Tja, en dat drijft dus weer even boven, nu ik in de buurt van die termijn kom. Can’t help it!

Dat gaan we nu dus even anders doen. Die voorbereidingen.  Het voorbereiden, verven en klussen kunnen ze me alvast niet meer afnemen..Daar wordt hard aan gewerkt.

Alhoewel de tijd soms voorbij kroop, lijkt het achteraf best snel gegaan, de eerste 20 weken. Volgende week alweer, sluit ik met Sijbrand mijn laatste behandeling in Gent af. Dat gaan we na afloop vieren in Antwerpen. De Utrogestan en bloedverdunners slik ik tot 34 weken sowieso door, en dat geeft ons een gerust gevoel. Gent blijft op afstand betrokken, en verdere controles vinden allemaal plaats bij de gynaecoloog in NL, om de hoek. Hoe fijn is dat?

Verdriet:

Toch werden wij zeer recent ook geconfronteerd met hoe oneerlijk het leven soms kan zijn. Met beide benen op de grond gezet. BAM. In onze naaste omgeving werd afscheid genomen van een werkelijk prachtig mannetje wat na 23 weken zwangerschap geboren werd. Dit raakt ons intens. Diepe indruk heeft dit mooie kindje op ons gemaakt. Woorden kunnen niet beschrijven wat dat met ons doet, en vooral.. hoe moedig we deze lieve ouders vinden. Onze gedachten gaan dan ook uit naar dit lieve, prachtige ventje en zijn al even prachtige ouders.

En dan ben ik, of mijn hormonen ( ach je, laat ik die maar weer de schuld geven)  me druk aan het maken over het verven van de babykamer??

Het leven lijkt soms voorbij te vliegen. Mensen leven, zonder écht te leven. Zonder te merken wat voor mooie dingen er gebeuren.

Als ik iets de afgelopen tijd geleerd heb, is het wel te genieten van de kleine dingen. Niets is vanzelfsprekend. Zwanger worden is niet vanzelfsprekend, zwanger blijven ook niet. Net als gezondheid. Ook dat is geen vanzelfsprekendheid. Liefde? Het is géén vanzelfsprekendheid.

Lieve lezers. Open je ogen, en kijk om je heen. Het klinkt cliché, maar fuck it!  Stel je open en voel. Prikkel je zintuigen en ervaar. De wind in je haren. De zon op je bol. Leven mogen geven. Een knuffel, een kus? Sta erbij stil, en wees dankbaar.

Het is namelijk niét vanzelfsprekend.

Wees dankbaar. Dankbaar om traantjes te mogen drogen, toeten te poetsen,  pleisters te plakken, boosheid te sussen, schopjes te voelen, en samen te zijn. Geniet van de kleine dingen. Ze zijn overal.

 “Enjoy the little things in life, someday you’ll look back, and realize they were the big things”.

ZWANGERSCHAP EN BEVALLING| MOSTERD EN AUGURKEN

9 Jun

Crackers met kaas. En mosterd. Mijn cravings, momenteel. Het liefst de scherpste mosterd die ik kan vinden. Zo eentje waarbij per direct de tranen in je broek springen, de scherpe smaken je neus doen samen trekken. Geen ordinaire cafetaria mosterd. Neeee, die komt het huis niet in..

En dan augurken, …die eet ik niet, maar die vreet ik 😉 Van die kleine zoet – zure krengen. Bovenop,  …,no surprise, ..een cracker. Met kaas. Dat wel.

Dat de crackers nu zowaar eens binnenblijven is een klein wonder. Dat is flink anders geweest. Op een ochtend voel ik me nogal, .. hoe zal ik het zeggen, weeïg. Kotserig, is misschien een beter woord.  Ik weet niet of ik moet spugen, of juist eten.

Dat gevoel herken ik. Ik voel me beroerd. Misselijk. Zwanger!?

Een inmiddels routinematig kruitvat testje bevestigt mijn gevoel.  We zijn blij, er vloeien voorzichtig wat traantjes, maar we proberen vooral ook reëel te blijven. Voorzichtig te zijn. Onszelf te beschermen, en teleurstellingen te beperken. Zwanger worden blijkt bij de ‘Van ’t Oevers’ het probleem niet. Het blijven des te meer.

Na onze vorige miskraam hebben we samen besproken; ‘hoe nu verder’?. Na 5 miskramen, maar een prachtig gezin met twee gezonde, kanjers van meiden, voelden wij ook naar hen toe de verantwoordelijkheid tot het  maken van weloverwogen keuzes.

Wij hebben altijd een groot gezin gewild. Ikzelf wist dit al toen ik nog met de poppen speelde. Als mensen mij vroegen wat ik later wilde worden, dan was dat simpel. Moeder. Ik wilde moeder worden. Nou ik kan je vertellen.  Op dat vlak ben ik flink aan de weg aan het timmeren. Maak ik toch nog ergens carrière in.

Toch besloot de natuur een aantal keer anders. De in Nederland geboden onderzoeken bij herhaalde miskramen volgden. Waaronder een chromosoom onderzoek. Als de reden van de miskramen genetische bepaald zou zijn, dan zou dat onze keuze beïnvloeden. Er werd niets gevonden. Een opluchting, maar hoe nu verder. In NL meldden de artsen ons dat er statistisch gezien geen reden was om niét voor een derde te gaan. De kans was immers veel groter dat het wél goed ging. Met een rijtje statistieken werden we weg gestuurd. ‘Werk’ aan de winkel, aldus de gynaecoloog.

Toch bleek de praktijk bij ons keer op keer anders, en zaten we telkens bij de 20% kans, of minder waarbij het dus niet goed ging. Niets statistieken. Er volgden miskramen. Secundaire miskramen zoals ze dat noemden, er was al meerdere malen hartactie gezien en alles leek goed. Met de nadruk op ‘leek goed’.

Gewoon weer proberen durfden we niet. Dat stond voor ons vast. Weer een miskraam. Weer een mogelijke curettage en narcose, met alle impact van dien, daar voelden we ons niet goed bij.

Het UZ Gent:

Via , via hoorde en las ik over het UZ Gent. De ARG, de afdeling reproductieve geneeskunde. Daar zitten o.a. specialisten op het vlak van herhaalde miskramen. Daar is medicatie beschikbaar die in NL (nog) niet standaard is. Daar worden meerdere onderzoeken gedaan zoals zeer uitgebreid bloedonderzoek, een hysterioscopie.

Voordat we onze wens voor een derde kindje lieten varen, wilden we op gesprek in Gent. Dan konden we later (als de houdbaarheidsdatum van mijn eierstokken verstreken was) in ieder geval geen spijt krijgen dat we überhaupt niet zijn gaan praten in Gent.

Ik zocht een verzekeringmaatschappij met een contract met het UZ Gent, en we spraken hierover met mijn Gynaecoloog in Nederland.

Al snel voelden wij, heel sterk, we gaan het nog één keer proberen. De afspraak met een van de de beste artsen op dit vlak ‘professor de Sutter’ stond al geruime tijd gepland, echter de wachttijden in Gent zijn lang.

En toen bleek ik zwanger. Pats. Boem. Blij en onzeker. Kruitvat test.Nog een kruitvat test. En nog één. Weeïg.Tranen. Emoties. Mosterd. Augurken. Kotsen. Nog meer kotsen. ZWANGER!!

De afspraak in Gent werd vervroegd. Er werd naast een uitgebreid bloedonderzoek gelijk een ‘plan de campagne’ opgesteld. Het voelde als een warm bad, daar in Gent. Heel persoonlijk.

De volgende dag  lag ik aan een infuus (waarover later meer), en kreeg ik diverse medicamenten voorgeschreven. Het voelde prettig  dit keer niet alles aan het lot over te laten. Zelf iets te kunnen doen, onder begeleiding van het UZ Gent, en mijn eigen gynaecoloog in Nederland.

Alles gaat goed. Er zijn kwaaltjes. Bijwerkingen van de medicijnen, iets meer zorgen. Maar er is ondersteuning. Vanaf 6 weken hebben we bijna iedere week een echo gehad. Elke echo kregen we meer vertrouwen. Werd het echter.Voelden we het meer. Af en toe waren we onzeker (bloedverlies), of dacht ik dat het mis was. Niets bleek (tot nu toe) minder waar. Ik spuugde en spuugde. Ging aan de ORS. Maakte kennis met de Utrogestan (Sijbrand noemt ze Skut-raketten,.. ik treed liever nog even niet in detail).  Verder kreeg ik bloedverdunners voorgeschreven, en krijg ik driewekelijks immunoglobulinen (multigam) toegediend middels een infuus via professor L. Noens (ook in Gent).

De kleine maakt het goed, en dus maken wij het goed. We zijn verheugd.

Dankbaar zijn wij, weer te  mogen verwachten, liefde te mogen geven aan nieuw leven, en te dromen over zusjes die grote zus worden. Poezelige baby armpjes, gebroken nachten, borstvoedingen en poepluiers. Wij zijn er zo vreselijk klaar voor.

En….(tromgeroffel) onze allerliefste (en beste)  meisjes-papa, bewijst maar weer dat échte mannen alleen meisjes krijgen. Cause….it’s a girl, and we are so ‘freakin’ happy! 

Inmiddels ben ik alweer bijna 18 weken zwanger, en de tijd vliegt.  Mijn buik besluit dat hij gezien mag worden, en ik krijg dan ook spontane felicitaties.

Ik geniet ervan. Van de augurken. De mosterd. De hormonen. Mijn zwangere lijf (inclusief ja, ja knaltieten).

We zijn vooral bezig met het ‘nu’, day by day,….maar heel voorzichtig dromen we af en toe even weg. Richting de toekomst. 3 kleine meisjes. 3 lieve koppies. 3 staartjes, en een papa en een mama.

En ze leefden nog lang en gelukkig. Happily ever after.

18 weken*18 weken zwanger alweer. Het buikje mag gezien worden.

Met de meisjes in Gent*Onderweg naar ons vakantie adres, met een pitstop in Gent. De meisjes mogen lekker bij me knuffelen.Gent 6 weken zwangereven ‘tanken’ in Gent, we gaan er haast aan wennen 😉

PERSOONLIJK| JAN STEEN IS ER NIETS BIJ…

31 Mrt

Soms grap ik ermee. Met  de beste man. Jan Steen. Laatst nog. Als de spaghetti aanbrandt (vraag me niet hoe). De stofzuiger de godganse dag onaangeroerd in de woonkamer staat. Er een beker plakkerige limonade omvalt in de duplo bak. Op dat moment de bel gaat. Kind 1 zijn knie stoot, en huilt. Met grote uithalen. Je, je spaghetti probeert te redden. Lieve Roy ondertussen met de kalender voor je neus wappert voor de volgende afspraak. Kind 1 een poepexplosie (buiten de lijntjes) heeft. Je naar boven gaat en verschoont zo goed en zo kwaad. Je naar beneden komt en onze Roy met ietwat vreemdsoortig gefabriceerde borsten van WC rollen “BOEH” roept. Het zweet je uitbreekt, maar je de slappe lach niet kan stoppen. Je de spaghetti gaat opscheppen. De paasboom ondertussen omver gelopen wordt. Je bijna struikelt over de paaseieren. Je kinderen besluiten dat het leuk is om met de inhoud van de paasboom te gaan gooien. Je kind 1 en 2 tot de orde roept. Je even uitpuft en denkt…. Diner is ready. Aanvalluh…. Er dan nog een beker om gaat…

Je uiteindelijk smult van een heerlijke, beetje aangebrande, ietwat koude ‘pasta di mama’. Met een glimlach op je gezicht. Omdat je stiekem best een beetje geniet van de chaos die Jan Steen heet.

Een beetje chaos op zijn tijd is heerlijk. Op gepaste tijden. Vroeger al maakte ik me niet druk om onverwachtse wendingen, het onbekende, onberekenbare avontuur lonkte. Voorspelbaarheid was saai. Ik laveerde natuurgetrouw even makkelijk tegen de wind in. Eitje. Al eerder schreef ik over mijn gelijkenissen met niet de minste kameleon. Ik voel me eigenlijk in veel situaties fijn, en pas gewoon mijn schutkleur aan.

Die heerlijke buigzaamheid is er nog steeds. Als je hem niet hebt krijg je hem vanzelf wel, met kinderen. Daar zorgen wat porties kots, poep, snot en de complete mikmak wel voor. Pen op de muur. Snot in je haar. Kots in je bed. Poep in je broek. Maak me gek.

Vers bevallen ontdek je als nieuwbakken moeder al dat er geen weg meer terug is. Dan lig je daar pontificaal met je kijkdoos om je hechtingen te laten beoordelen. Niets mis mee. En wordt er gerust even in je borst geknepen om je te helpen bij het aanleggen (excuse me these boobies are mine!). Welkom in de wereld van luiers, zwitsal billen, poep- plasschema’s, borstkolven en meer van die dingen.

Vanaf hier start het oneindige avontuur, in een wereld van voedingen, slaapjes (tekort) en luiers. Echt veel te plannen valt er vanaf hier niet meer. ..

Wel ben je vanaf dat moment gezegend het (in mijn ogen) mooiste (en ik denk ook moeilijkste) te doen wat er bestaat. Het begeleiden van jouw kroost, naar zelfstandige, zelfverzekerde, onafhankelijke wezens. Je mag ze laten voelen wat liefde en geluk is. Dat het om kleine dingen draait. Ze leren op respectvolle wijze om te gaan met hun medemens, maar vooral zichzelf lief te hebben. Normen en waarden. Boven alles, mag je ze leren te luisteren naar hun mooie hartjes. Hun hart te volgen. Ze de ruimte geven om te ontdekken waar hun hart ligt.

Toch is er met de komst van ons kroost ook juist wat behoefte aan structuur meegekomen. Niet verwacht. Toch gekregen. Als vanzelf. Het was er. Opeens. In de bonus. Die naarstige behoefte aan een zekere zin van regelmaat. Voor mezelf, maar eens te meer voor de kids. Op gepaste tijden eten en slapen,  bijvoorbeeld. Zo voelde ik al vrij snel de verantwoordelijk als ouder mijn kind de weg te wijzen naar een gezond slaap ritme. Weet een newborn veel. Die is gewend gewoon te drinken en te slapen wanneer het hem of haar uit komt. En wie gaat daar verandering in brengen? Wie gaat dat heerlijke hoopje mens leren dag en nacht niet om te draaien? Wie gaat dat naar zwitsal ruikende poezelige frummeltje leren overdag in de voedingsbehoefte te voorzien?  Juist ja .In het meest gunstige geval, de ouder.

Inmiddels kan ik ook echt blij worden van een pruttelende stoof op zaterdag, de geur van allesreiniger, een vers verschoond bed, en thee met een koekje uit school. Dat is best (een beetje boel) burgerlijk, ik geef toe. Ik geniet ervan. Dus what the heck. Burgerlijk is het nieuwe hip. Dus laat me lekker, zo nu en dan. Jan Steen staat vanzelf weer op de stoep en dan past deze kameleon moeiteloos haar schutkleur weer aan. Modus burgerlijk #off, modus chaos en avontuur #on. Zo makkelijk is dat…